Inleiding tot Matteüs 4
Matteüs hoofdstuk 4 markeert een cruciaal keerpunt in het evangelie. Na zijn doop door Johannes de Doper begint Jezus zijn openbare bediening. Dit hoofdstuk toont ons drie belangrijke aspecten: Jezus' overwinning op de verzoeking, de start van zijn prediking over het Koninkrijk der hemelen, en de roeping van zijn eerste discipelen.
De Verzoeking van Jezus (verzen 1-11)
Het hoofdstuk begint met Jezus die door de Geest naar de woestijn wordt geleid om verzocht te worden door de duivel. Na veertig dagen vasten wordt Jezus geconfronteerd met drie specifieke verzoekingen:
De eerste verzoeking (vers 3-4): De duivel daagt Jezus uit om stenen in brood te veranderen. Jezus antwoordt met Deuteronomium 8:3: "De mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord dat uit Gods mond komt." Dit toont dat geestelijke voeding belangrijker is dan lichamelijke behoeften.
De tweede verzoeking (vers 5-7): Satan brengt Jezus naar de tempel en daagt Hem uit om zich naar beneden te werpen, zodat engelen Hem zouden redden. Jezus weerlegt dit met Deuteronomium 6:16: "Gij zult de Heer, uw God, niet verzoeken." Dit leert ons dat we God niet moeten uitdagen of testen.
De derde verzoeking (vers 8-10): De duivel toont Jezus alle koninkrijken van de wereld en belooft ze aan Hem als Hij hem zou aanbidden. Jezus verwerpt dit categorisch met Deuteronomium 6:13: "De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen."