“Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam. Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;”
David roept zijn eigen ziel op tot lof, en vooral tot gedenken: "vergeet geen van Zijn weldaden". Op een dankkaart na een overlijden zegt dit: wij danken niet omdat het verlies klein is, maar omdat God goed was in het leven van wie wij missen. Vers 2 alleen is ook goed bruikbaar.
“Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden, en de God aller vertroosting; Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij zouden kunnen vertroosten degenen, die in allerlei verdrukking zijn, door de vertroosting, met welke wij zelven van God vertroost worden.”
Paulus begint zijn brief met lof aan "de God aller vertroosting". De troost die de familie van God en van mensen ontving, mag zij ook doorgeven. Een tekst die op een dankkaart zowel God eert als de troost van anderen erkent. Voor een kleine kaart past het eerste vers alleen.
“De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij. Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer. Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;”
Uit dezelfde psalm als de bekende woorden van lof. Hier staat de vergankelijkheid van de mens tegenover de goedertierenheid die blijft "aan kindskinderen". Past goed op de dankkaart van een familie met kinderen en kleinkinderen, na het overlijden van een grootouder.
“Gezegend zij hij den HEERE, Die Zijn weldadigheid niet heeft nagelaten aan de levenden en aan de doden!”
Naomi, weduwe en kinderloos geworden, spreekt deze zegen uit over Boaz, die haar schoondochter goed deed. Zij ziet in die zorg Gods weldadigheid aan "de levenden en de doden". Een tekst voor een dankkaart waarmee de familie zegt: in uw meeleven zagen wij Gods zorg, voor ons en voor wie wij verloren.
“Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.”
Een korte opdracht aan de gemeente, die op een dankkaart klinkt als erkenning: u hebt met ons geweend. Geschikt voor de kaart aan de gemeente of aan vrienden die er in de moeilijke weken waren.
“Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik uwer gedenk.”
Paulus dankt God voor de gemeente te Filippi, die hem in moeite bijstond. Een warme tekst om onder een dankkaart te zetten, gericht aan wie meeleefden. Hij kan ook gaan over de overledene: de familie dankt God bij elke herinnering.
“Want wij hebben grote vreugde en vertroosting over uw liefde, dat de ingewanden der heiligen verkwikt zijn geworden door u, broeder!”
"Ingewanden" betekent hier het innerlijk, het hart. Paulus dankt Filemon omdat hij anderen verkwikte. Een tekst voor een persoonlijke dankkaart aan iemand die veel deed: een buurvrouw, een ouderling, een vriend van de familie.
“De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!”
Deze woorden staan vaak op rouwkaarten, maar ook op dankkaarten: wat God gaf, wordt erkend als Zijn gave, en ook het nemen komt uit Zijn hand. Kies hem alleen als de familie deze belijdenis kan meespreken; het is geen tekst om iemand op te leggen.
“Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.”
Na een ongeluk, een jong gestorven vader of moeder of een zwaar ziekbed zegt deze tekst op een dankkaart eerlijk: wij begrijpen het nu niet. "Gij zult het na dezen verstaan" laat het waarom in Gods hand, zonder het weg te praten. Zo staat naast de dank aan mensen de belijdenis dat de Heere weet wat Hij doet.
“Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?”
Een vraag die op een dankkaart niet beantwoord hoeft te worden. Zij drukt uit dat de familie veel ontving: in het leven van de overledene, in de laatste periode, in het meeleven daarna. Psalm 116 spreekt in vers 15 ook over de dood van Gods gunstgenoten.
“Mijn tijden zijn in Uw hand;”
Kort genoeg voor de kleinste kaart. De woorden zeggen dat de levensdagen van de overledene, ook het einde ervan, in Gods hand lagen. Het vers gaat verder met een gebed om redding van vijanden; dat deel laat u weg.
“Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.”
Paulus schrijft "in alles", niet "voor alles". Danken in het verlies betekent niet dat het verlies goed is, maar dat God ook nu te danken is. Een tekst die op een dankkaart eerlijk en sober staat.
“Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;”
Asaf ziet na een tijd van twijfel dat God hem al die tijd vasthield. Voor een familie die terugkijkt op ziekte en sterven: het was de Heere Die de hand vasthield. Ook geschikt als tekst namens de overledene.
“En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede,”
Een tekst die vaak op dankkaarten staat, maar met zorg gebruikt moet worden. Paulus zegt niet dat verdriet goed is, maar dat God alle dingen laat meewerken voor wie Hem liefhebben. Het vers gaat verder over wie "naar Zijn voornemen geroepen zijn"; kies de tekst alleen als de familie hem zelf zo belijdt, en stuur hem nooit als troostwoord aan iemand anders die rouwt.