Ga naar hoofdinhoud

Dankbaarheid in 21 dagen

Een leesplan van 21 dagen over danken, van Psalm 136 en de steen Eben-Haëzer tot de melaatse die terugkeerde, met elke dag een vraag en een overdenking.

21 dagen
~5-10 min/dag
Makkelijk

Dankbaarheid in 21 dagen is een leesplan over danken in de Schrift. Elke dag leest u in de Statenvertaling een kort gedeelte, van Psalm 136 en het lied van Mozes tot de tien melaatsen en de lofzang in Openbaring, met een vraag en een korte overdenking. Het plan vraagt vijf tot tien minuten per dag.

Over dit leesplan

Danken lijkt eenvoudig, tot het moeite kost. Op goede dagen wordt het snel vergeten, op zware dagen lijkt er weinig reden voor. Dit leesplan legt eenentwintig gedeelten uit de Statenvertaling naast elkaar waarin mensen God danken. Het begint bij de reden die in de Schrift steeds terugkeert: 'Looft den HEERE, want Hij is goed' (Psalm 136:1). De dank rust daar op de goedheid van God en op wat Hij deed, eerder dan op wat een mens voelt.

De eerste week gaat over wat God geeft: het jaar met zijn oogst, brood uit de hand van de Heere Jezus, vergenoeging en de belijdenis van David bij de gaven voor de tempel: 'het is alles van U' (1 Kronieken 29:14). In de tweede week leest u hoe Israël onderweg en in de nood dankt: aan de oever van de zee, bij de eerstelingen van het land, bij de steen Eben-Haëzer en in de spelonk waarin David zich verbergt.

In de laatste week komt de dank in Christus het duidelijkst naar voren. Een van de tien melaatsen keert terug en valt neer aan de voeten van de Heere Jezus, 'Hem dankende' (Lukas 17:16). Paulus dankt voor genade die hij niet verdiend had en voor de gemeente in Filippi. Het plan sluit af bij de schare voor de troon, waar de dankzegging niet ophoudt. Bij elke dag horen een vraag en een korte overdenking, samen vijf tot tien minuten.

Voor wie

Voor wie wil leren danken, of merkt dat het danken is ingeslapen. Ook voor wie in een zware tijd zoekt hoe dank en zorg naast elkaar kunnen bestaan. Voorkennis is niet nodig; de gedeelten zijn kort en geschikt om alleen, samen of aan tafel te lezen.

Wat u leest

  • Eenentwintig gedeelten lezen waarin mensen God danken, van Jakob en Mozes tot Paulus en de schare voor de troon

  • Zien dat de dank in de Schrift telkens rust op Wie God is en wat Hij gedaan heeft

  • Leren hoe Israël dankte door te gedenken en te vertellen wat de HEERE deed

  • Opmerken hoe David, Josafat en Paulus ook in nood God bleven loven

Achtergrond en doel

In de Schrift volgt het danken op wat God gedaan heeft. In de psalmen staat het naast loven en psalmzingen: 'Het is goed, dat men den HEERE love' (Psalm 92:2). In Israël kreeg de dank een vaste plaats. Bij de eerstelingen van de oogst belijdt de Israëliet hardop wat de HEERE voor zijn volk deed, en hij zal 'vrolijk zijn over al het goede' (Deuteronomium 26:11). Na een uitredding zingt het volk, en bij een gedenksteen zegt Samuël: 'Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen' (1 Samuël 7:12). Danken is zo ook gedenken: wie dankt, vertelt wat God deed.

Tegelijk verzwijgt de Bijbel niet dat de dank kan ontbreken. Van de tien melaatsen keert er een terug, en de Heere Jezus vraagt: 'waar zijn de negen' (Lukas 17:17). David looft God in een spelonk, terwijl hij nog op de vlucht is. In het Nieuwe Testament krijgt de dank zijn diepste grond in Christus. De Heere Jezus dankt Zelf voor het brood dat Hij uitdeelt, en Paulus schrijft: 'Doch Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave' (2 Korinthe 9:15). Daarom omvat de dank ook het hele leven: 'En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem' (Kolossenzen 3:17). De gereformeerde belijdenis noemt het christelijke leven kortweg dankbaarheid: het antwoord van wie verlost is. Het doel van dit plan is eenvoudig: elke dag een gedeelte lezen waarin zichtbaar wordt waarom God gedankt wordt.

Het plan past bij persoonlijk lezen, maar ook bij een gezin of kring die rond de oogst of na een moeilijke periode samen wil stilstaan bij wat God gaf. Het vraagt niet om het kwade zelf goed te noemen; de gedeelten laten zien hoe gelovigen God bleven loven om Wie Hij is, in de belijdenis dat er niets buiten Hem om gebeurt.

De eenentwintig dagen vragen vijf tot tien minuten per dag. Op een aantal dagen staat de kerntekst eerst apart, daarna volgt het hele gedeelte. De drie weken hebben elk een eigen lijn: wat God geeft, dank onderweg en in de nood, en dank in Christus.

Dagoverzicht

Bezig met laden…
Bekijk het volledige leesschema
1

Want Hij is goed

Psalm 136

2

Gij kroont het jaar

Psalm 65:2-14

3

Als Hij gedankt had

Mattheüs 15:36, 15:32-39

4

Een groot gewin met vergenoeging

1 Timotheüs 6:6-10, 4:3-5

5

Geringer dan al deze weldadigheden

Genesis 32:10, 32:3-12

6

Het is alles van U

1 Kronieken 29:13, 29:6-19

7

Het is goed, dat men den HEERE love

Psalm 92:2-16

8

De HEERE is mijn Kracht en Lied

Exodus 15:2, 15:1-21

9

Vrolijk over al het goede

Deuteronomium 26:11, 26:1-11

10

Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen

1 Samuël 7:12, 7:3-14

11

Mijn hart is bereid

Psalm 57:8, 57:2-12

12

Maakt Zijn daden bekend

1 Kronieken 16:8-36

13

Zangers voor het leger uit

2 Kronieken 20:21, 20:3-28

14

Des morgens is er gejuich

Psalm 30:2-13

15

Ik dank U, HEERE

Jesaja 12

16

Een van de tien keerde terug

Lukas 17:15-16, 17:11-19

17

Mij is barmhartigheid geschied

1 Timotheüs 1:12-17

18

Zo dikwijls als ik uwer gedenk

Filippenzen 1:3-11

19

Dankt God in alles

1 Thessalonicenzen 5:18, 5:16-24

20

Zijn onuitsprekelijke gave

2 Korinthe 9:15, 9:6-15

21

De zaligheid zij onzen God

Openbaring 7:9-17

Een dag uit dit leesplan: dag 1

Psalm 136 opent met de reden voor alle dank die erna volgt: 'Looft den HEERE, want Hij is goed' (Psalm 136:1).

Zesentwintig keer klinkt dezelfde regel: na de schepping, na de uittocht uit Egypte, na de weg door de woestijn en na het land dat Israël ten erve kreeg. Elke daad van God wordt genoemd en meteen teruggebracht tot één grond: 'want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid' (Psalm 136:1). Tegen het einde wordt de psalm persoonlijk. Na grote koningen en de Schelfzee gaat het over Hem 'Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid' (Psalm 136:23).

Danken begint vaak bij wat er goed ging. Deze psalm begint eerder, bij Wie God is. Daardoor hangt de refreinregel niet aan het verloop van een week; hij staat er ook na de regels over vijanden en strijd. Wie de psalm hardop leest, merkt dat juist de herhaling de lezer meeneemt: elke regel brengt hem terug bij dezelfde zin. En het lied eindigt bij iets kleins en dagelijks, bij de God 'Die allen vlees spijs geeft' (Psalm 136:25).

Wat zegt het u over God dat elke regel van deze psalm eindigt bij Zijn goedertierenheid?

Wat u krijgt

Dagelijks leesschema

Precies weten wat u elke dag moet lezen

Voortgang bijhouden

Vink een dag af en zie waar u gebleven was

Direct naar de tekst

Klik door naar de Bijbeltekst in uw favoriete vertaling

Reflectievragen

Verdiepende vragen om over na te denken

Tips voor dit leesplan

  • Wilt u na het lezen zelf God danken, dan vindt u op BijbelAssistent een dankgebed om hardop uit te spreken, en bij de lofpsalmen meer psalmen om de dank te verwoorden.

  • Schrijf bij elke dag op wat u van God ontvangen hebt. Het hoeft niet groot te zijn; Jakob begon bij de staf waarmee hij de Jordaan overstak.

  • Lees de psalmen hardop. Ze zijn geschreven om gezongen te worden, en sommige herhalen bewust dezelfde regel.

  • Mist u een dag, lees dan gewoon de volgende; het plan houdt geen tempo bij.

Veelgestelde vragen

Waarom begint het plan bij Psalm 136 en eindigt het in Openbaring 7?
Psalm 136 op dag 1 roept op om God te loven, noemt Zijn daden een voor een en antwoordt telkens: 'want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid' (Psalm 136:1). Daar ligt de grond onder alle dank in dit plan. Op dag 21 staat de schare voor de troon, en daar zeggen de engelen: 'De lof, en de heerlijkheid, en de wijsheid, en de dankzegging, en de eer, en de kracht, en de sterkte zij onzen God in alle eeuwigheid' (Openbaring 7:12). Tussen die twee lezingen ligt de weg van Jakob, Israël, David en Paulus.
Past dit plan ook bij een moeilijke tijd?
Ja. Er staan dagen in waarop gedankt wordt terwijl de nood er nog is. Op dag 5 noemt Jakob Gods weldadigheden terwijl hij bang is voor Ezau. Op dag 11 zingt David in de spelonk waarin hij zich verbergt, en op dag 13 zingt Juda op het woord van God, voordat er iets te zien is. Op dag 19 schrijft Paulus 'Dankt God in alles' (1 Thessalonicenzen 5:18). Daaronder ligt de belijdenis dat er niets buiten God om gebeurt; Jozef zegt tegen zijn broers: 'doch God heeft dat ten goede gedacht' (Genesis 50:20). Het plan belooft niet hoe het danken bij u zal gaan.
Is dit plan aan een seizoen gebonden?
Nee. Het plan kan het hele jaar gelezen worden. Wie het in de herfst leest, rond de oogst, vindt er wel gedeelten in over het jaar en de eerstelingen, zoals Psalm 65 en Deuteronomium 26. Voor Dankdag voor gewas en arbeid zelf staan op BijbelAssistent aparte bijbelteksten op de pagina Dankdag.
Hoeveel tijd kost het plan per dag?
Vijf tot tien minuten. De meeste gedeelten zijn kort: een psalm of een tiental verzen. De langste lezing is de lofzang van David in 1 Kronieken 16; de kortste zijn Jesaja 12 en 1 Timotheüs 1:12-17, elk zes verzen.
Kan ik dit plan samen met anderen lezen?
Ja. De gedeelten zijn kort genoeg om aan tafel of in een gespreksgroep voor te lezen. De vraag bij elke dag kan een gesprek openen over wat u van God ontvangen hebt en hoe u dat aan elkaar vertelt.
Wat kan ik na dit plan lezen?
Bidden met de Psalmen sluit aan bij de lof en dank in dit plan. Vertrouwen op God gaat verder in op het vertrouwen in onzekere tijden. En wie bij dag 10 stilstond bij de weg die achter ligt, kan verder met het Leesplan voor de jaarwisseling.

Verdiep u verder

Andere leesplannen