Maächa: betekenis van de naam
מַעֲכָה (Maʻăkâh) = “neerdrukking, druk”
Wat betekent de naam Maächa?
De naam Maächa betekent waarschijnlijk 'neerdrukking' of 'druk'. Hij komt van het Hebreeuwse werkwoord maak, drukken of persen. In de Bijbel dragen zowel vrouwen als mannen deze naam, en ook een koninkrijk ten noorden van Israël. De bekendste draagster is Maächa, de dochter van koning Thalmai van Gesur en moeder van Absalom.
Herkomst en betekenis van Maächa
- Grondwoord (Hebreeuws)
- מַעֲכָה Maʻăkâh
- Strong's-nummer
- H4601
- Afgeleid van (H4600)
- מָעַךְ mâʻak: drukken, persen; ook kneuzen
- Betekenis
- neerdrukking, druk
Maächa komt volgens Strong's woordenboek van het werkwoord maak, drukken of persen. Strong's vertaalt de naam zelf met het Engelse depression. Dat woord kan neerdrukking betekenen, maar ook een laagte of inzinking, en Strong's zegt er niet bij welke van de twee bedoeld is. De oudere naamduiding kiest voor onderdrukking. De Bijbel legt de naam nergens uit, en de kanttekeningen doen dat evenmin.
Opvallend is dat de naam in de Bijbel zowel door vrouwen als door mannen gedragen wordt. De kanttekening bij Genesis 22:24 zegt dat Maächa daar de naam van een man schijnt te zijn, en wijst erop dat in 2 Samuël 10:6 een koning zo genoemd wordt, en dat ook de moeder van koning Asa zo heette. Daarnaast is Maächa de naam van een klein koninkrijk ten noorden van Israël, waarvan de bewoners Maächathieten heten (Jozua 13:13).
Bron van de betekenis: Strong's: 'depression' (neerdrukking, of een laagte), ook in de vorm Maʻăkâth (Jozua 13:13), afgeleid van H4600 mâʻak, 'to press' (drukken, persen); naamduiding Open Scriptures: 'oppression' (onderdrukking).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- MA-ä-cha
- In de grondtaal
- ma-a-CHA
- Spelling in de Statenvertaling
- Maächa
- Als voornaam
- Maächa
- In andere talen
- Maacah (Engels)
De trema betekent dat de twee a's los van elkaar klinken; de ch klinkt zoals in lachen.
Wie heette Maächa in de Bijbel?
Maächa, de dochter van Thalmai, koning van Gesur, vrouw van David
Zij was de moeder van Absalom, de derde zoon die David in Hebron geboren werd. De kanttekening bij 2 Samuël 3:3 zegt dat zij tot de ware religie bekeerd was.
Maächa, de dochter van Abisalom, vrouw van Rehabeam en moeder van koning Abia (in 1 Koningen 15 Abiam)
Rehabeam had haar liever dan al zijn andere vrouwen. Zij maakte een afgod in een bos, en koning Asa, haar kleinzoon, zette haar daarom af als koningin. In 2 Kronieken 13:2 heet zij Michaja, de dochter van Uriël.
1 Koningen 15:2, 1 Koningen 15:10-13, 2 Kronieken 11:20-21, 2 Kronieken 15:16
Maächa, een zoon van Nahor en zijn bijwijf Reüma
Hij staat in de lijst van de kinderen van Nahor, de broer van Abraham. Volgens de kanttekening is Maächa hier de naam van een man.
Maächa, de vader van Achis, koning van Gath
Twee knechten van Simeï liepen weg naar Achis, de zoon van Maächa. De kanttekening zegt dat deze Maächa elders Maoch genoemd wordt (1 Samuël 27:2).
Twee mannen van wie de vader Maächa heette
Hanan, de zoon van Maächa, hoorde bij de helden van David, en Sefatja, de zoon van Maächa, was voorganger over de Simeonieten. Strong's woordenboek rekent beide Maächa's tot de mannen.
Andere vrouwen met de naam Maächa in de geslachtsregisters
Kronieken noemt een bijwijf van Kaleb, de huisvrouw van Machir en de huisvrouw van Jeïel, de vader van Gibeon, die allemaal Maächa heetten.
Maächa, een koninkrijk ten noorden van Israël
De Ammonieten huurden duizend man van de koning van Maächa om tegen David te strijden. De kanttekening bij Genesis 22:24 leest Maächa in 2 Samuël 10:6 als de naam van de koning zelf; Jozua 13:13 noemt de Maächathieten als volk, dat Israël niet uit het land verdreef.
Kernvers
“Maar om Davids wil, gaf de HEERE, zijn God, hem een lamp in Jeruzalem, verwekkende zijn zoon na hem, en bevestigende Jeruzalem.”
1 Koningen 15:4 (Statenvertaling)
Wat de naam Maächa ons leert
De twee bekendste vrouwen met de naam Maächa staan allebei aan het hof van het huis van David. De eerste was een koningsdochter uit Gesur die David trouwde, en volgens de kanttekening bekeerd tot de ware religie. De tweede was de moeder van koning Abia, en zij richtte een afgod op in een bos. Van haar zoon zegt de Bijbel dat zijn hart niet volkomen was met de HEERE. Toch liet God het huis van David niet los: "om Davids wil, gaf de HEERE, zijn God, hem een lamp in Jeruzalem". Haar kleinzoon Asa zette haar af, en van hem staat er dat zijn hart volkomen was met de HEERE al zijn dagen. Gods trouw droeg het geslacht door alle wisselingen heen.
Veelgestelde vragen over de naam Maächa
Wat betekent de naam Maächa?
Maächa betekent waarschijnlijk 'neerdrukking' of 'druk'. Strong's woordenboek leidt de naam af van het Hebreeuwse werkwoord maak, drukken of persen, en vertaalt hem met het Engelse depression, dat ook een laagte kan betekenen. De oudere naamduiding zegt: onderdrukking. Omdat de Bijbel de naam niet uitlegt, is de precieze betekenis niet zeker.
Is Maächa een jongensnaam of een meisjesnaam?
Beide. In de Bijbel heten verschillende vrouwen Maächa, onder wie de moeder van Absalom en de moeder van koning Abia. Maar ook mannen droegen de naam: een zoon van Nahor (Genesis 22:24) en de vader van Achis, koning van Gath (1 Koningen 2:39). De kanttekening bij Genesis 22:24 wijst daar zelf op. Daarnaast is Maächa de naam van een klein koninkrijk.
Wie was Maächa, de moeder van Absalom?
Zij was de dochter van Thalmai, de koning van Gesur, en een van de vrouwen van David. In Hebron baarde zij Absalom, de derde zoon van David (2 Samuël 3:3). Toen Absalom later zijn broer Amnon had laten doden, vluchtte hij naar Thalmai, de koning van Gesur (2 Samuël 13:37). De kanttekening bij 2 Samuël 3:3 zegt dat Maächa tot de ware religie bekeerd was.
Was Maächa de moeder of de grootmoeder van koning Asa?
Maächa was de moeder van koning Abia en daarmee de grootmoeder van Asa. Toch noemt 1 Koningen 15:10 haar de moeder van Asa. De kanttekening legt uit dat de Hebreeën ook grootouders vader en moeder noemden. Zij had een eervolle positie aan het hof, maar Asa zette haar af omdat zij een afgod had gemaakt (1 Koningen 15:13).
Hoe spreekt u de naam Maächa uit?
In het Nederlands zegt u MA-ä-cha, in drie lettergrepen. De trema op de tweede a betekent dat de twee a's los van elkaar klinken, en de ch klinkt zoals in lachen. In het Hebreeuws valt de klemtoon op de laatste lettergreep: ma-a-CHA. Zonder trema wordt de naam ook als Maacha geschreven.