Richteren 14 telt 20 verzen en beschrijft hoe Simson in Thimnath een Filistijnse vrouw ziet, haar tegen de zin van zijn ouders tot vrouw vraagt, onderweg een jonge leeuw verscheurt en later honing vindt in het lichaam van dat dier. Op zijn bruiloft geeft hij het raadsel op dat hem dertig stel klederen moet opleveren.
Het hoofdstuk zegt zelf dat de ouders niet doorzagen wat er speelde: 'Zijn vader nu en zijn moeder wisten niet, dat dit van den HEERE was, dat hij gelegenheid zocht van de Filistijnen; want de Filistijnen heersten te dier tijd over Israel' (vers 4). Tweemaal wordt daarna de Geest des HEEREN vaardig over Simson (vers 6 en vers 19). De volledige tekst leest u in de Statenvertaling op Richteren 14; zijn hele levensloop staat op de pagina over Simson.
Het bijbelboek heet in de Statenvertaling Richteren; nieuwere vertalingen noemen het Rechters, zodat 'Richteren 14' en 'Rechters 14' hetzelfde hoofdstuk aanwijzen. Zoekt u de bewoording van de Herziene Statenvertaling, dan leest u op de pagina over de Herziene Statenvertaling hoe die zich tot de Statenvertaling verhoudt.
Het raadsel van Simson en het antwoord erop
Het raadsel staat in vers 14: 'Spijze ging uit van den eter, en zoetigheid ging uit van de sterke.' Simson doelt op de leeuw die hij op weg naar Thimnath verscheurde (vers 6) en op de bijenzwerm met honing die hij later in het kadaver aantrof (vers 8). Wie die twee gebeurtenissen niet kent, kan het raadsel niet oplossen, en dat was de bedoeling: dertig bruiloftsgasten zouden dertig fijne lijnwaadsklederen en dertig wisselklederen betalen als zij het niet raadden (vers 12).