Inleiding tot Psalm 56
Psalm 56 is een krachtige psalm die spreekt over het vertrouwen op God in tijden van angst en bedreiging. Deze psalm van David toont hoe geloof en vrees samen kunnen bestaan, en hoe we onze angsten kunnen overwinnen door te vertrouwen op Gods trouw.
De historische setting
Volgens de opschrift werd deze psalm geschreven toen David door de Filistijnen werd gevangen genomen in Gat. Dit verwijst waarschijnlijk naar het incident uit 1 Samuël 21:10-15, toen David op de vlucht was voor koning Saul. In zijn wanhoop zocht David toevlucht bij Achis, de koning van Gat, maar werd herkend als de man die Goliath had gedood. David deed zich toen voor als krankzinnig om aan de dood te ontsnappen.
Het refrein van vertrouwen (verzen 5, 12)
Het hart van deze psalm wordt gevonden in het herhaalde refrein: "ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij vlees doen?" (vers 5), dat terugkomt als "Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?" (vers 12). Deze woorden zijn geen ontkenning van angst, maar een bewuste keuze om te vertrouwen ondanks de vrees. David erkent zijn menselijke emoties, maar kiest ervoor zijn vertrouwen te stellen op God die groter is dan zijn omstandigheden.
Gods zorg voor onze tranen (vers 9)
Een van de meest troostrijke verzen in deze psalm is vers 9: "Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register?" Dit prachtige beeld toont dat God elke traan die wij wenen kostbaar is. Hij houdt een nauwkeurige administratie bij van ons lijden. Niets van onze pijn gaat verloren of wordt vergeten door onze hemelse Vader.