Lukas 9 telt 62 verzen en vormt het scharnier van dit evangelie. Jezus zendt de twaalf uit met macht over de duivelen en om te genezen (vers 1 tot 6), spijzigt vijfduizend man van vijf broden en twee vissen (vers 10 tot 17), en vraagt Zijn discipelen wie zij zeggen dat Hij is. Petrus antwoordt: 'De Christus Gods' (vers 20). Op de berg klinkt daarna de stem uit de wolk: 'Deze is Mijn geliefde Zoon; hoort Hem!' (vers 35).
Tussen die gebeurtenissen door staat de kern van het hoofdstuk: 'Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij' (vers 23). Alleen Lukas heeft hier het woord dagelijks staan. Vanaf vers 51 richt Jezus Zijn aangezicht om naar Jeruzalem te reizen, en volgen drie ontmoetingen met mensen die Hem willen volgen. De volledige tekst leest u in de Statenvertaling op Lukas 9; over de discipel die de belijdenis uitsprak staat meer op de pagina over Petrus.
De Statenvertaling schrijft Lukas; nieuwere vertalingen spellen het Lucas, zodat 'Lukas 9' en 'Lucas 9' hetzelfde hoofdstuk aanwijzen. Zoekt u de bewoording van de Herziene Statenvertaling, dan leest u op de pagina over de Herziene Statenvertaling waarin die vertaling van de Statenvertaling verschilt.
Wat kost het discipelschap volgens Lukas 9?
De vraag komt in dit hoofdstuk drie keer terug, en telkens concreter. Eerst praktisch, bij de uitzending: de twaalf gaan op weg zonder staf, male, brood of geld, en zonder tweede rok (vers 3). Wat zij nodig hebben moeten zij onderweg ontvangen; wie hen niet ontvangt, laten zij achter zich.