Genesis 13 in het kort: Genesis 13 beschrijft hoe Abram en Lot uit elkaar gaan omdat hun kudden te groot zijn geworden voor hetzelfde land. Abram, de oudste en de drager van de belofte, laat Lot het eerst kiezen. Lot kiest de vlakte van de Jordaan; God bevestigt daarna aan Abram dat juist hij het land zal krijgen, voor hem en zijn nageslacht.
De sleutelverzen van Genesis 13 in de Statenvertaling
Vers 8 En Abram zeide tot Lot: Laat toch geen twisting zijn tussen mij en tussen u, en tussen mijn herders en tussen uw herders; want wij zijn mannen broeders.
Vers 9 Is niet het ganse land voor uw aangezicht? Scheid u toch van mij; zo gij de linkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan; en zo gij de rechterhand, zo zal ik ter linkerhand gaan.
Vers 15 Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid.
Alle achttien verzen staan in de Statenvertaling op Genesis 13. De Herziene Statenvertaling zet diezelfde tekst om in hedendaags Nederlands; zie de pagina over de HSV. Genesis 13 hoort bij het gedeelte Genesis 12 tot 17, waarin de belofte aan Abram stap voor stap wordt uitgewerkt; verwijzingen luiden Gen. 13 of Genesis 13:1-18.
De Terugkeer naar Kanaän
Genesis 13 begint met Abram en Lot die terugkeren uit Egypte naar het land Kanaän. Na hun verblijf in Egypte tijdens de hongersnood zijn beide mannen welvarend geworden met veel vee, zilver en goud. Deze welvaart wordt een bron van conflict, wat een belangrijk thema introduceert over hoe we omgaan met materiële zegeningen.