Inleiding tot Ezechiel 12
Ezechiel 12 vormt een krachtig hoofdstuk waarin God door middel van dramatische profetische handelingen de komende ballingschap van Jeruzalem aankondigt. De profeet Ezechiel moet zelf symboolhandelingen uitvoeren die als levende prediking dienen voor het volk dat weigert te luisteren naar Gods waarschuwingen.
De Profetische Handeling van Ballingschap (vers 1-16)
Het Teken van Emigratie
God beveelt Ezechiel om overdag zijn bezittingen te pakken en 's avonds door een gat in de muur te kruipen, terwijl het volk toekijkt. Deze bizarre handeling symboliseert de komende gedwongen emigratie van de inwoners van Jeruzalem. Ezechiel moet zijn gezicht bedekken, zodat hij het land niet kan zien - een profetie over koning Zedekia die blind naar Babylon zou worden weggeleid.
Gods Verklaring van het Teken
In vers 10-11 verklaart God dat deze profetische handeling specifiek gericht is op "den vorst te Jeruzalem" (koning Zedekia) en het hele huis Israël. Het teken heeft een dubbele betekenis: het toont zowel de wijze waarop de ballingschap zal plaatsvinden als de spirituele blindheid van de leiders.
De Profetische Handeling van Angst (vers 17-20)
Beven en Angstig Eten
God beveelt Ezechiel om zijn brood met beven te eten en zijn water met angst en bezorgdheid te drinken. Dit symboliseert de verschrikkelijke omstandigheden die de inwoners van Jeruzalem zullen ervaren tijdens de belegering. De angst en onzekerheid die Ezechiel toont, zal de werkelijkheid worden van degenen die in het land achterblijven.