Daniël 6 in het kort: In Daniël 6 laat koning Darius zich overhalen tot een verbod: dertig dagen lang mag niemand iets vragen van enige god of mens, behalve van de koning. Daniël blijft driemaal per dag bidden bij open vensters naar Jeruzalem, wordt in de kuil der leeuwen geworpen en komt er ongedeerd uit. Het hoofdstuk eindigt met een koninklijk bevel om de levende God te eren.
De versnummering van Daniël 6 in de Statenvertaling
In de Statenvertaling telt Daniël 6 negenentwintig verzen, want vers 1 gaat al over Darius de Meder die het koninkrijk ontvangt. Engelse bijbels rekenen dat vers bij het vorige hoofdstuk, als 5:31, en houden er achtentwintig over; daar staan de verzen dus steeds één nummer lager. Daniël 6:6 gaat in het Nederlands over het besluit van de vorsten om Daniël alleen op de wet van zijn God te kunnen aanpakken, en het gebed staat in vers 11: "en hij knielde drie tijden 's daags op zijn knieen, en hij bad, en deed belijdenis voor zijn God, ganselijk gelijk hij voor dezen gedaan had."
De volledige tekst leest u in de Statenvertaling op Daniël 6; de Herziene Statenvertaling houdt dezelfde Nederlandse telling aan, zie de pagina over de HSV. Het hoofdstuk wordt ook aangehaald als Dan. 6 of, zonder trema, als Daniel 6.
Inleiding: Daniel in het Medo-Perzische Rijk
Daniel 6 vertelt een van de bekendste verhalen uit de Bijbel: Daniel in de leeuwenkuil. Dit hoofdstuk toont op krachtige wijze hoe God zijn trouwe dienaren beschermt, zelfs in de meest bedreigende omstandigheden. Het verhaal speelt zich af tijdens de overgang van het Babylonische naar het Medo-Perzische rijk onder koning Darius.