Inleiding: Daniel in het Medo-Perzische Rijk
Daniel 6 vertelt een van de bekendste verhalen uit de Bijbel: Daniel in de leeuwenkuil. Dit hoofdstuk toont op krachtige wijze hoe God zijn trouwe dienaren beschermt, zelfs in de meest bedreigende omstandigheden. Het verhaal speelt zich af tijdens de overgang van het Babylonische naar het Medo-Perzische rijk onder koning Darius.
Daniels Verheven Positie (vers 1-3)
Koning Darius organiseerde het rijk door 120 satrapen (provinciebestuurders) aan te stellen, met daarboven drie bestuurders. Daniel werd een van deze drie hoofdbestuurders. Door zijn uitzonderlijke kwaliteiten en Gods zegen overtrof Daniel alle anderen, zodat de koning overwoog hem over het hele rijk aan te stellen.
Dit toont aan hoe God gelovigen kan gebruiken in invloedrijke posities, zelfs in heidense regeringen. Daniels integriteit en bekwaamheid maakten hem tot een uitstekende leider.
Het Complot tegen Daniel (vers 4-9)
De andere bestuurders en satrapen werden jaloers op Daniels succes en zochten naar manieren om hem ten val te brengen. Echter, zij konden geen enkele fout in zijn bestuur vinden. Zijn eerlijkheid en betrouwbaarheid waren onberispelijk.
Uiteindelijk realiseerden zij zich: 'Wij zullen tegen deze Daniel geen enkele aanklacht kunnen vinden, tenzij we iets vinden dat met de wet van zijn God te maken heeft' (vers 5). Dit erkent onbedoeld Daniels onberispelijke karakter.