Daniël 9 telt zevenentwintig verzen en valt in twee helften: het gebed van Daniël (vers 3 tot 19) en het antwoord dat Gabriël brengt, de profetie van de zeventig weken (vers 24 tot 27). Aanleiding is dat Daniël in de boeken van Jeremia leest dat het getal der jaren 'in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was' (vers 2). Zijn gebed begint met belijdenis: 'Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld' (vers 5).
Daniël 9 vers 27: wat staat er, en hoe wordt het gelezen?
De Statenvertaling geeft vers 27 zo weer: 'En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.' Het gaat om de laatste van de zeventig weken uit vers 24, om een verbond dat een week lang wordt versterkt, en om een offerdienst die halverwege die week ophoudt.
Over de vraag wie 'hij' in dit vers is, wordt binnen de kerken verschillend gedacht. Een deel van de uitleggers leest het vers over Christus, Wiens dood het slachtoffer feitelijk deed ophouden; een deel over de vorst uit vers 26, wiens volk 'de stad en het heiligdom' verdierf, dus over de Romeinse verwoesting van Jeruzalem; en een deel over een nog toekomstige figuur. Jezus verwijst in Mattheüs 24:15 naar 'den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, de profeet'. Dat de tekst ruimte laat, is geen zwakte van de uitleg maar van onze zekerheid: waar het slot van vers 27 op uitkomt, is dat het einde vaststaat en van God komt.