“Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”
Het zendingsbevel van de opgestane Christus, met daaraan vast de belofte van Zijn tegenwoordigheid. Wie uitgezonden wordt, gaat niet op eigen gezag en niet alleen. Daarom staat deze tekst zo vaak boven een uitzenddienst; de laatste zin is ook los te gebruiken op een kaart.
“En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, lieten zij hen gaan.”
De gemeente in Antiochië laat Barnabas en Saulus gaan, het begin van wat vaak de eerste zendingsreis wordt genoemd. De Geest roept, de gemeente bidt en laat gaan. Deze tekst laat zien dat uitzenden een daad van de hele gemeente is, en past daarom goed als preektekst in de dienst waarin een zendingswerker wordt uitgezonden.
“Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.”
Het antwoord van Jesaja op de roepstem van de Heere. Sommige zendingswerkers vertellen dat hun weg naar het zendingsveld met deze tekst begon. Hij past bij een getuigenis in de uitzenddienst, maar vraagt wel eerlijkheid: Jesaja zei dit pas nadat hij zijn eigen onreinheid had beleden en verzoening had ontvangen.
“Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!”
Paulus legt de keten uit van aanroepen, geloven, horen, prediken en gezonden worden. Juist het laatste schakeltje is wat de gemeente in een uitzenddienst doet. Een heldere tekst om uit te leggen waarom een gemeente mensen uitzendt en ondersteunt.
“En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen.”
Een korte vorm van het zendingsbevel, die makkelijk op een kaart of in een afscheidsboekje past. De woorden "in de gehele wereld" geven het verre land waar de zendeling heengaat een plaats in de opdracht van Christus.
“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.”
De kring wordt steeds wijder: van Jeruzalem tot het uiterste der aarde. De kracht om getuige te zijn komt niet uit de uitgezondene zelf, maar van de Heilige Geest. Een goede tekst voor een meditatie bij het afscheid, omdat hij thuisgemeente en zendingsveld in één zin verbindt.
“Heb Ik het u niet bevolen? wees sterk en heb goeden moed, en verschrik niet, en ontzet u niet; want de HEERE, uw God, is met u alom, waar gij heengaat.”
Jozua moest een taak beginnen die groter was dan hijzelf. De opdracht en de belofte horen bij elkaar: Ik heb het u bevolen, en Ik ben met u waar gij heengaat. Veel gekozen voor een kaart aan een zendingswerker die voor het eerst vertrekt.
“Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.”
De tekst die Paulus in Romeinen 10 aanhaalt. De boodschapper is welkom vanwege de boodschap: "Uw God is Koning." Geschikt als preektekst, en voor een woord van de kerkenraad dat de uitgezondene niet ophemelt, maar de boodschap centraal zet.
“Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.”
Een zendeling komt in een cultuur waar het Evangelie vreemd of zelfs ongewenst is. Deze tekst geeft vrijmoedigheid: de kracht zit in het Evangelie zelf. Een tekst om de uitgezondene mee te geven voor de moeilijke momenten in het nieuwe land.
“Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons;”
Zendingswerkers zijn geen helden, maar aarden vaten. Deze tekst haalt de druk weg die een uitzending kan geven, voor de uitgezondene en voor de gemeente die hoge verwachtingen heeft. Een eerlijke tekst voor een uitzendpreek of een persoonlijke brief.
“Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.”
Zendingswerk vraagt vaak jaren geduld, bijvoorbeeld bij het leren van een taal of het vertalen van de Bijbel, zonder dat er zichtbare vrucht is. Deze belofte gaat over het Woord, niet over de werker: het keert niet ledig weer. Daarom past deze tekst in het bijzonder bij taal- en vertaalwerk.
“Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden.”
Christus zendt Zijn discipelen zoals Hij Zelf door de Vader gezonden is, en Hij begint met vrede. Een tekst die het zenden diep verankert in het werk van Christus. Hij is kort genoeg voor een kaart en rijk genoeg voor een hele preek.
“God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela. Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.”
Een zegenbede met een doel: dat Gods weg op de aarde bekend wordt. De gemeente bidt om zegen voor zichzelf, maar met het oog op de volken. De berijmde Psalm 67 kunt u in dezelfde dienst laten zingen, zodat tekst en lied elkaar versterken.