Ga naar hoofdinhoud

Bijbelteksten voor de uitzending van een zendeling

Een veelgekozen tekst bij de uitzending van een zendeling is het zendingsbevel uit Mattheüs 28:19-20: "Gaat dan henen, onderwijst al de volken", met de belofte "En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld." Op deze pagina vindt u ruim dertig teksten uit de Statenvertaling voor de uitzenddienst, voor het afscheid van een zendingswerker of zendingsgezin, voor een kaart en voor de gemeente die thuis meeleeft en meebidt. Bij elke tekst leest u waarom hij past bij het moment van uitzenden en hoe u hem kunt gebruiken.

Dertien kernteksten voor de uitzenddienst

Mattheüs 28:19-20

“Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”

Het zendingsbevel van de opgestane Christus, met daaraan vast de belofte van Zijn tegenwoordigheid. Wie uitgezonden wordt, gaat niet op eigen gezag en niet alleen. Daarom staat deze tekst zo vaak boven een uitzenddienst; de laatste zin is ook los te gebruiken op een kaart.

Handelingen 13:2-3

“En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, lieten zij hen gaan.”

De gemeente in Antiochië laat Barnabas en Saulus gaan, het begin van wat vaak de eerste zendingsreis wordt genoemd. De Geest roept, de gemeente bidt en laat gaan. Deze tekst laat zien dat uitzenden een daad van de hele gemeente is, en past daarom goed als preektekst in de dienst waarin een zendingswerker wordt uitgezonden.

Jesaja 6:8

“Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.”

Het antwoord van Jesaja op de roepstem van de Heere. Sommige zendingswerkers vertellen dat hun weg naar het zendingsveld met deze tekst begon. Hij past bij een getuigenis in de uitzenddienst, maar vraagt wel eerlijkheid: Jesaja zei dit pas nadat hij zijn eigen onreinheid had beleden en verzoening had ontvangen.

Romeinen 10:14-15

“Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!”

Paulus legt de keten uit van aanroepen, geloven, horen, prediken en gezonden worden. Juist het laatste schakeltje is wat de gemeente in een uitzenddienst doet. Een heldere tekst om uit te leggen waarom een gemeente mensen uitzendt en ondersteunt.

Markus 16:15

“En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen.”

Een korte vorm van het zendingsbevel, die makkelijk op een kaart of in een afscheidsboekje past. De woorden "in de gehele wereld" geven het verre land waar de zendeling heengaat een plaats in de opdracht van Christus.

Handelingen 1:8

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.”

De kring wordt steeds wijder: van Jeruzalem tot het uiterste der aarde. De kracht om getuige te zijn komt niet uit de uitgezondene zelf, maar van de Heilige Geest. Een goede tekst voor een meditatie bij het afscheid, omdat hij thuisgemeente en zendingsveld in één zin verbindt.

Jozua 1:9

“Heb Ik het u niet bevolen? wees sterk en heb goeden moed, en verschrik niet, en ontzet u niet; want de HEERE, uw God, is met u alom, waar gij heengaat.”

Jozua moest een taak beginnen die groter was dan hijzelf. De opdracht en de belofte horen bij elkaar: Ik heb het u bevolen, en Ik ben met u waar gij heengaat. Veel gekozen voor een kaart aan een zendingswerker die voor het eerst vertrekt.

Jesaja 52:7

“Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.”

De tekst die Paulus in Romeinen 10 aanhaalt. De boodschapper is welkom vanwege de boodschap: "Uw God is Koning." Geschikt als preektekst, en voor een woord van de kerkenraad dat de uitgezondene niet ophemelt, maar de boodschap centraal zet.

Romeinen 1:16

“Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.”

Een zendeling komt in een cultuur waar het Evangelie vreemd of zelfs ongewenst is. Deze tekst geeft vrijmoedigheid: de kracht zit in het Evangelie zelf. Een tekst om de uitgezondene mee te geven voor de moeilijke momenten in het nieuwe land.

2 Korinthe 4:7

“Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons;”

Zendingswerkers zijn geen helden, maar aarden vaten. Deze tekst haalt de druk weg die een uitzending kan geven, voor de uitgezondene en voor de gemeente die hoge verwachtingen heeft. Een eerlijke tekst voor een uitzendpreek of een persoonlijke brief.

Jesaja 55:11

“Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.”

Zendingswerk vraagt vaak jaren geduld, bijvoorbeeld bij het leren van een taal of het vertalen van de Bijbel, zonder dat er zichtbare vrucht is. Deze belofte gaat over het Woord, niet over de werker: het keert niet ledig weer. Daarom past deze tekst in het bijzonder bij taal- en vertaalwerk.

Johannes 20:21

“Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden.”

Christus zendt Zijn discipelen zoals Hij Zelf door de Vader gezonden is, en Hij begint met vrede. Een tekst die het zenden diep verankert in het werk van Christus. Hij is kort genoeg voor een kaart en rijk genoeg voor een hele preek.

Psalm 67:2-3

“God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela. Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.”

Een zegenbede met een doel: dat Gods weg op de aarde bekend wordt. De gemeente bidt om zegen voor zichzelf, maar met het oog op de volken. De berijmde Psalm 67 kunt u in dezelfde dienst laten zingen, zodat tekst en lied elkaar versterken.

Beloften voor wie gaat

Een uitzending betekent afscheid van familie, gemeente en vertrouwde omgeving, vaak voor jaren. In het nieuwe land wachten een vreemde taal, een ander klimaat, soms ziekte, eenzaamheid of tegenstand. De teksten hieronder zijn beloften die de uitgezondene kan meenemen. Ze passen op een kaart, in een afscheidsboekje of in een brief die pas in het nieuwe land geopend wordt.

Jesaja 43:2

“Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken.”

De Heere belooft niet dat er geen water en vuur komen, maar dat Hij erbij is. Voor een zendingswerker die moeilijke omstandigheden tegemoet gaat, is dat een eerlijke en sterke belofte. Geschikt voor een kaart van familie of vrienden.

Jesaja 40:31

“Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.”

Vermoeidheid hoort bij zendingswerk: lange reizen, een nieuwe taal, een volle agenda en weinig rust. Deze belofte is voor wie de Heere verwacht. Een tekst voor de eerste maanden in het nieuwe land, die u ook later in een brief of bericht kunt meegeven.

Filippenzen 4:19

“Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus.”

Paulus schreef dit aan een gemeente die hem financieel steunde. Veel zendingswerkers leven van giften van gemeenten en particulieren, en kennen de zorg of het genoeg zal zijn. Deze tekst legt die zorg bij God, en past daarom ook in een rondzendbrief of op de bedankkaart aan de achterban.

Psalm 126:5-6

“Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.”

Zaaien met tranen: zo voelt het vertrek, en zo voelt soms het werk zelf. De psalm belooft dat de oogst komt, al zegt hij niet wanneer. Een troostvolle tekst voor de afscheidsdienst, ook om samen te zingen.

1 Korinthe 15:58

“Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere.”

De slotsom van het grote opstandingshoofdstuk: omdat Christus is opgestaan, is het werk voor Hem niet tevergeefs. Een sterke tekst voor zendingswerkers die weinig resultaat zien, en geschikt voor een kaart bij een tweede of derde uitzending.

Galaten 6:9

“Doch laat ons, goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen.”

Een korte aansporing om vol te houden. "Te zijner tijd" laat de timing aan God. Kort genoeg voor een kaart of een bladwijzer in de Bijbel die de zendeling meeneemt.

Mattheüs 9:37-38

“Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige; Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.”

Christus vraagt Zijn discipelen niet eerst om te gaan, maar om te bidden om arbeiders. Een uitzending is een gebedsverhoring. Deze tekst past in de voorbede van de uitzenddienst en in een woord van dank namens de zendingscommissie.

Voor de gemeente die uitzendt en meebidt

Uitzenden is geen eenmalig moment. De gemeente die een zendingswerker uitzendt, blijft verbonden in gebed, in steun en in belangstelling. Paulus vroeg de gemeenten keer op keer om voorbede. Deze teksten passen in de voorbede van de uitzenddienst, op een gebedskaart, in het kerkblad en in de rondzendbrieven die de zendeling later naar huis stuurt.

Handelingen 14:26-27

“En van daar scheepten zij af naar Antiochie, van waar zij der genade Gods bevolen waren geweest tot het werk, dat zij volbracht hadden. En daar gekomen zijnde, en de Gemeente vergaderd hebbende, verhaalden zij, wat grote dingen God met hen gedaan had, en dat Hij den heidenen de deur des geloofs geopend had.”

Paulus en Barnabas keren terug naar de gemeente die hen uitzond en vertellen wat God gedaan heeft. De gemeente die uitzendt, krijgt ook de verhalen terug. Een mooie tekst voor een terugkomdienst of verlofperiode, en een vooruitblik in de uitzenddienst.

Filippenzen 1:3-5

“Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik uwer gedenk. (Te allen tijd in al mijn gebed voor u allen met blijdschap het gebed doende) Over uw gemeenschap aan het Evangelie, van den eersten dag af tot nu toe;”

Paulus dankt voor de "gemeenschap aan het Evangelie" van een gemeente die hem steunde. Zo kan een zendeling zijn thuisgemeente bedanken, en zo kan de gemeente omgekeerd voor haar zendeling bidden. Geschikt voor de eerste rondzendbrief of het afscheidswoord van de zendeling zelf.

Kolossenzen 4:3

“Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus, om welke ik ook gebonden ben;”

Paulus vraagt niet om een makkelijk leven, maar om open deuren voor het Woord, terwijl hij zelf gevangen zit. Een concrete gebedsvraag die de gemeente letterlijk kan overnemen in de voorbede voor haar zendingswerker.

2 Thessalonicenzen 3:1

“Voorts, broeders, bidt voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u;”

"Gelijk ook bij u": de gemeente die bidt, heeft zelf ervaren wat het Woord doet. Deze tekst verbindt het zendingsveld met de thuisgemeente en past op een gebedskaart die in de gemeente wordt uitgedeeld.

Efeze 6:19

“En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;”

Zelfs de apostel vroeg om gebed voor de juiste woorden en voor vrijmoedigheid. Voor een zendeling die in een nieuwe taal moet spreken, is dat een herkenbare gebedsvraag. Geschikt voor de voorbede in een gebedskring of gebedsuur voor zending.

Romeinen 15:30

“En ik bid u, broeders, door onzen Heere Jezus Christus, en door de liefde des Geestes, dat gij met mij strijdt in de gebeden tot God voor mij;”

Paulus noemt voorbede "medestrijden". Wie thuisblijft, staat niet aan de zijlijn. Een tekst om de gemeente op te roepen tot trouw gebed, bijvoorbeeld in het kerkblad of bij de afkondigingen rond de uitzending.

3 Johannes 1:7-8

“Want zij zijn voor Zijn Naam uitgegaan, niets nemende van de heidenen. Wij dan zijn schuldig de zodanigen te ontvangen, opdat wij medearbeiders mogen worden der waarheid.”

Johannes roept op om rondreizende verkondigers te ondersteunen, en zegt dat wie dat doet, zo meewerkt aan de waarheid. Een passende tekst voor de zendingscommissie of de diaconie die de financiële en praktische steun regelt.

Filippenzen 4:18

“Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk.”

Paulus noemt de gift van de gemeente een offerande die God welgevallig is. Zo krijgt een collecte of gift voor de zending een eigen plaats in de eredienst. Geschikt bij een collecte voor de zendingswerker of in een bedankbrief aan de achterban.

Voor het zendingsgezin en de familie: kaart en afscheid

Vaak gaat niet één zendingswerker, maar een heel gezin. Kinderen laten school en vrienden achter; ouders en grootouders zien hun kinderen en kleinkinderen jaren niet. Dat verdriet mag er zijn. De teksten hieronder spreken over wat achtergelaten wordt en over het uitzicht dat blijft. Daaronder staan voorbeeldteksten voor een kaart, die u kunt overnemen of aanpassen.

Markus 10:29-30

“En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil, Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.”

Christus erkent dat volgen soms betekent: huis en familie verlaten. Hij belooft honderdvoud, maar noemt eerlijk ook "de vervolgingen". Een tekst voor de uitgezondene zelf, en een troost voor familie die een geliefde ziet vertrekken.

Psalm 91:11

“Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.”

Een belofte van bewaring onderweg, die ouders en grootouders vaak meegeven aan een zendingsgezin. Bedenk dat de satan dit vers misbruikte bij de verzoeking in de woestijn; het is een belofte voor wie Gods weg gaat, geen garantie om risico's op te zoeken.

Habakuk 2:14

“Want de aarde zal vervuld worden, dat zij de heerlijkheid des HEEREN bekennen, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.”

Een vergezicht dat het kleine werk van één zendingsgezin in een groot perspectief zet. Geschikt voor een kaart of voor een woord van de familie bij het afscheid, omdat het verdriet van het vertrek een doel krijgt.

Openbaring 7:9

“Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen.”

Het einddoel van alle zending: een schare uit alle volken en talen voor de troon. Daar zien de uitgezondene, de achterblijvers en de mensen in het zendingsland elkaar terug. Een tekst voor de slotmeditatie van een uitzenddienst of het gedenkboekje van de familie.

“Bij uw uitzending wensen wij u Gods zegen toe. "En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld." (Mattheüs 28:20) Wij gedenken u in onze gebeden.”

“Nu u vertrekt naar het zendingsveld: "Wees sterk en heb goeden moed, … want de HEERE, uw God, is met u alom, waar gij heengaat." (Jozua 1:9) Wij zullen u missen en voor u bidden.”

“Met dank voor uw bereidheid om te gaan. "Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen." (Romeinen 10:15) De gemeente blijft met u verbonden in het gebed.”

“Lieve kinderen en kleinkinderen, het afscheid valt ons zwaar, maar wij vertrouwen u toe aan Hem Die zegt: "Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn." (Jesaja 43:2)”

Tips voor het kiezen van een bijbeltekst

Bij het kiezen van een bijbeltekst voor de uitzending van een zendeling is het belangrijk om na te denken over de context en de mensen voor wie de tekst bedoeld is. Kies een vers dat aansluit bij de sfeer van de gelegenheid en dat herkenbaar is voor de aanwezigen.

De bovenstaande bijbelteksten zijn zorgvuldig geselecteerd en voorzien van uitleg, zodat u begrijpt waarom elk vers past bij de uitzending van een zendeling. Wilt u meer bijbelteksten ontdekken of heeft u een specifieke vraag? Stel deze dan aan de BijbelAssistent.

Veelgestelde vragen over bijbelteksten voor de uitzending van een zendeling

Welke bijbeltekst past bij de uitzending van een zendeling?

Veel gekozen is het zendingsbevel uit Mattheüs 28:19-20, vanwege de opdracht en de belofte "Ik ben met ulieden al de dagen". Handelingen 13:2-3 beschrijft hoe de gemeente van Antiochië Barnabas en Saulus uitzond en past daarom goed als preektekst. Andere veelgebruikte teksten zijn Jesaja 6:8, Romeinen 10:14-15, Johannes 20:21 en Jozua 1:9.

Hoe gaat een uitzenddienst in een reformatorische gemeente?

Dat verschilt per kerkverband en per zendingsorganisatie. Vaak is er een gewone eredienst waarin de zendingswerker of het zendingsgezin aan de Heere wordt opgedragen, met een preek over zending, voorbede en soms een woord van de zendingscommissie. Een predikant die als zendingspredikant uitgaat, wordt in sommige kerkverbanden met een formulier bevestigd. Vraag de kerkenraad hoe het in uw gemeente gebruikelijk is.

Wat schrijft u op een kaart voor een vertrekkende zendeling?

Schrijf kort en persoonlijk: dat u meeleeft, dat u voor de zendeling en het gezin zult bidden, en een tekst die belofte en opdracht verbindt. Mattheüs 28:20, Jozua 1:9, Jesaja 43:2 en Filippenzen 1:3 zijn geschikt. Een kaart die pas in het nieuwe land geopend mag worden, wordt vaak extra gewaardeerd.

Welke tekst kan de thuisgemeente gebruiken in de voorbede?

Paulus vroeg gemeenten om gebed voor open deuren en vrijmoedigheid: Kolossenzen 4:3, Efeze 6:19 en 2 Thessalonicenzen 3:1 zijn concrete gebedsvragen die u letterlijk kunt overnemen. Romeinen 15:30 laat zien dat voorbede een vorm van medestrijden is.

Is deze pagina hetzelfde als de pagina over zending?

Nee. Het onderwerp zending in het algemeen, met wat de Bijbel zegt over de opdracht aan de kerk, vindt u bij de bijbelonderwerpen. Deze pagina gaat over het moment van uitzenden en afscheid nemen, met teksten voor de dienst, de kaart, de familie en de gemeente die meeleeft.

Verder lezen: wat de Bijbel zegt over zending

Meer bijbelteksten voor de uitzending van een zendeling?

Stel uw vraag aan de BijbelAssistent en krijg direct persoonlijke suggesties met bijbelverwijzingen.

Verdieping in bijbelse onderwerpen

Bijbelteksten voor andere gelegenheden

Bijbelteksten voor emigratie

Een veelgekozen tekst bij emigratie is Psalm 139:9-10: "Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee; ook daar zou Uw hand mij geleiden." Wie naar Canada, Australië, Nieuw-Zeeland of een ander ver land vertrekt, laat familie, gemeente en vaderland achter. Op deze pagina vindt u bijna dertig teksten uit de Statenvertaling voor het gezin of het kind dat emigreert, voor de ouders die achterblijven, voor de afscheidskaart en voor het zoeken van een nieuwe kerk ver weg. Bij elke tekst leest u waarom hij past en of hij meer zegt tegen wie vertrekt of tegen wie achterblijft.

Bijbelteksten voor het afscheid van een predikant

Een veelgekozen tekst bij het afscheid van een predikant is Handelingen 20:32: "En nu, broeders, ik bevele u Gode, en den woorde Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen …" Het zijn de woorden waarmee Paulus afscheid nam van de ouderlingen van Efeze. Op deze pagina vindt u bijna dertig teksten uit de Statenvertaling voor de afscheidspreek, voor het woord namens de kerkenraad en voor een kaart of cadeau van de gemeente. Er zijn aparte teksten voor een vertrek naar een andere gemeente en voor het emeritaat. Bij elke tekst leest u waarom hij past bij het afscheid van herder en kudde.

Bijbelteksten voor een kind dat uit huis gaat

Een veelgekozen tekst voor een kind dat uit huis gaat is Psalm 121:8: "De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid." Of uw zoon of dochter nu op kamers gaat, in een andere stad gaat studeren of zelfstandig gaat wonen: het is een stap voor het kind en voor de ouders. Op deze pagina vindt u ruim dertig teksten uit de Statenvertaling om mee te geven, voor een kaart bij de verhuizing, voor bewaring in een nieuwe omgeving en voor trouw aan God en de kerk. Bij elke tekst leest u waarom hij past en of hij vooral voor uw kind of vooral voor uzelf als ouder bedoeld is.

Verdiep u verder