“Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee; Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.”
David zegt dat er geen plaats is waar God niet is, ook niet "aan het uiterste der zee". Voor wie de oceaan oversteekt, is dat een heel letterlijke troost. Daarom staat deze tekst vaak op afscheidskaarten bij emigratie, en hij past ook voor de ouders die achterblijven.
“De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!”
Abram verliet land, familie en vaderhuis. Een emigrant is geen Abram, want hij heeft geen rechtstreekse opdracht van God gehoord. Toch herkennen veel emigranten zich in dit vertrek, en de slotwoorden "wees een zegen" zijn een mooie wens voor het leven in het nieuwe land.
“Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou.”
"Niet wetende, waar hij komen zou": wie emigreert, weet veel van tevoren niet. Werk, school, huis en kerk moeten nog gevonden worden. Deze tekst legt de nadruk op geloof in plaats van op zekerheid. Geschikt voor een afscheidskaart of als tekst bij de laatste kerkdienst.
“En zie, Ik ben met u, en Ik zal u behoeden overal, waarheen gij trekken zult, en Ik zal u wederbrengen in dit land; want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik zal gedaan hebben, hetgeen Ik tot u gesproken heb.”
God sprak dit tot Jakob, op de vlucht naar een ver land. "Overal, waarheen gij trekken zult" is een belofte voor onderweg. Het deel over terugbrengen gold Jakob; bij emigratie weet niemand of er een terugkeer komt, dus gebruik dat deel met voorzichtigheid.
“Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.”
Ruth verliet haar land om met Naomi mee te gaan, en vond in Israël een nieuw volk en de God van Israël. Dit vers past bij een echtgenoot die met de ander meegaat naar een nieuw land, of bij een kind dat met een partner uit het buitenland trouwt en vertrekt.
“De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren. De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.”
Psalm 121 is een pelgrimslied voor onderweg. De uitgang uit het oude land en de ingang in het nieuwe staan allebei onder Gods bewaring. Een veelgezongen psalm bij afscheid, geschikt om samen te zingen op de afscheidsavond of in de laatste kerkdienst.
“Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.”
Emigratie brengt veel spanning mee: een visum, werk, een woning, kinderen die moeten wennen. Deze belofte spreekt de angst direct aan en geeft er drie antwoorden op: Ik sterk, Ik help, Ik ondersteun. Een goede tekst voor de eerste moeilijke maanden.
“Uw wandel zij zonder geldgierigheid; en zijt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten.”
In een nieuw land is veel nog onzeker: werk, huis, inkomen. Deze tekst vraagt om tevredenheid met wat God geeft, en grondt die op Zijn belofte. Het slot, "Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten", is los te gebruiken op een kaart.
“De eeuwige God zij u een woning, en van onder eeuwige armen; en Hij verdrijve den vijand voor uw aangezicht, en zegge: Verdelg!”
Mozes zegent Israël voor de intocht in een nieuw land. Het eerste deel, "De eeuwige God zij u een woning, en van onder eeuwige armen", is een bekende zegenwens: wie zijn huis achterlaat, blijft in God thuis. Op een kaart gebruikt u meestal alleen dat deel.
“HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.”
Dit gebed staat op naam van Mozes, die met Israël door de woestijn trok. Generaties komen en gaan, landen worden verlaten, maar God blijft de Toevlucht. Een tekst die past wanneer de familie over twee continenten verdeeld raakt en ouders, kinderen en kleinkinderen elkaar alleen nog op afstand zien.
“En Hij zeide: Ik ben die God, uws vaders God; vrees niet van af te trekken naar Egypte; want Ik zal u aldaar tot een groot volk zetten. Ik zal met u aftrekken naar Egypte en Ik zal u doen weder optrekken, mede optrekkende; en Jozef zal zijn hand op uw ogen leggen.”
Jakob vertrekt op hoge leeftijd naar Egypte, waar zijn zoon woont. God zegt: Ik ga met u mee. Een bijzondere tekst voor ouders of grootouders die op latere leeftijd hun geëmigreerde kinderen achterna reizen, of voor wie twijfelt of zo'n vertrek wel goed is. De belofte van terugkeer gold Jakob zelf en ging in vervulling toen hij in Kanaän begraven werd; gebruik bij emigratie vooral het eerste deel: "Ik zal met u aftrekken".
“Want deze God is onze God eeuwiglijk en altoos; Hij zal ons geleiden tot den dood toe.”
Een tekst over de God Die blijft, ook als alles om u heen nieuw is. "Hij zal ons geleiden" past bij een levensweg die een onverwachte afslag neemt. Kort genoeg voor een kaart, een fotolijstje of de eerste bladzijde van een Bijbel die u meegeeft.
“De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.”
De "snoeren" zijn de meetlijnen waarmee een stuk land werd toegewezen. David is dankbaar voor de plaats die God hem gaf. Een tekst voor later, als het nieuwe land thuis is geworden, bijvoorbeeld op een kaart bij een jubileum van de emigratie of op een wandbord in het nieuwe huis.