Ga naar hoofdinhoud

Bijbelteksten voor een kind dat afdwaalt

Een veelgekozen gedeelte is de gelijkenis van de verloren zoon, met Lukas 15:20: "En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen." Deze pagina is voor ouders van een kind dat de kerk of het geloof heeft verlaten, of dat er nog wel zit maar innerlijk is losgeraakt. Dat verdriet is vaak stil: u praat er niet makkelijk over en u vraagt zich af wat u verkeerd heeft gedaan. U vindt hier dertig teksten uit de Statenvertaling: over Gods beloften aan ouders, eerlijk gelezen en zonder garanties die de Bijbel niet geeft, over schuld en verantwoordelijkheid, en over volhouden in het gebed. Bij elke tekst staat wat hij wel en niet belooft, en hoe u hem in uw gebed kunt meenemen.

Teksten voor ouders van een kind dat afdwaalt

Lukas 15:20

“En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.”

De vader zag zijn zoon al toen hij nog ver weg was: hij had dus uitgekeken. In de gelijkenis is de vader in de eerste plaats een beeld van God, Die zondaars ontvangt. Toch herkennen ouders zich hierin: het uitzien, de ontferming, de open armen. Een tekst om zelf vast te houden, niet om als verwijt naar uw kind te sturen.

Lukas 15:24

“Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden!”

De vader noemt de terugkeer van zijn zoon een opstanding: van dood naar levend. Zo groot is in Gods ogen de bekering van een zondaar. Ouders mogen hierop hopen en ervoor bidden. De tekst belooft niet dat elk kind terugkomt, maar laat zien dat dit de vreugde is waar God naar uitziet.

Spreuken 22:6

“Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.”

Deze tekst wordt vaak gelezen als garantie: wie goed opvoedt, krijgt een gelovig kind. Maar Spreuken geeft wijsheid over hoe het in de regel gaat, geen onvoorwaardelijke belofte voor elk geval. Het boek kent ook de zoon die vader en moeder niet hoort. Lees de tekst dus als opdracht en als hoop: wat u in de jeugd hebt meegegeven, gaat niet zomaar verloren. Niet als oordeel over uw opvoeding.

Klaagliederen 2:19

“Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens,”

Een oproep aan het verwoeste Jeruzalem om voor de kinderen te pleiten die van honger bezweken. Ouders van een afgedwaald kind kennen de nachtwaken. De tekst moedigt aan om het hart uit te storten "als water": alles, zonder iets achter te houden. Geschikt als gebedsregel voor wie niet weet hoe hij moet bidden.

Lukas 18:1

“En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen;”

De inleiding op de gelijkenis van de weduwe die bleef komen bij de onrechtvaardige rechter. De Heere Jezus vertelt haar met één doel: niet ophouden met bidden. Voor ouders die al jaren bidden en niets zien veranderen, is dit een directe aanmoediging.

Handelingen 2:39

“Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.”

Petrus spreekt op de Pinksterdag over de belofte voor de hoorders en hun kinderen. Er staat ook bij: "allen, die daar verre zijn". Een kind dat ver weg is geraakt, is niet buiten het bereik van de belofte. De tekst eindigt met Gods roepen: het werk ligt bij Hem.

Jesaja 59:21

“Mij aangaande, dit is Mijn Verbond met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op u is, en Mijn woorden, die Ik in uw mond gelegd heb, die zullen van uw mond niet wijken, noch van den mond van uw zaad, noch van den mond van het zaad uws zaads, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid toe.”

Een verbondsbelofte die over de geslachten heen reikt. In de gereformeerde traditie pleiten ouders vaak op deze tekst voor hun kinderen. Wees eerlijk: de tekst geeft geen garantie voor ieder afzonderlijk kind, maar wel een belofte waar u God aan mag herinneren in het gebed.

Lukas 19:10

“Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.”

De Heere Jezus zei dit bij Zacheüs, een man die ver van God leefde. Zoeken is Zijn werk. Ouders die niet meer bij hun kind kunnen komen, mogen weten dat de Heere Jezus wegen kent die zij niet kennen.

Johannes 6:44

“Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.”

Een tekst die eerst hard klinkt, maar ouders kan bevrijden. Geloof is geen product van een goede opvoeding of een overtuigend gesprek. De Vader trekt. Dat neemt de last weg dat u uw kind zelf moet bekeren, en het maakt het gebed tot het belangrijkste wat u kunt doen.

Ezechiël 36:26

“En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.”

Een belofte aan Israël in ballingschap, en een beschrijving van wat wedergeboorte is. Een stenen hart kan niemand zelf zacht maken, ook ouders niet. Deze tekst kunt u letterlijk in gebed omzetten: Heere, geef mijn kind een nieuw hart.

Jesaja 55:11

“Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.”

Al het Woord dat uw kind heeft gehoord, aan tafel, in de kerk, op school en op catechisatie, is niet verdwenen. God bepaalt wat het doet en wanneer. Een troost voor ouders die denken dat alles voor niets is geweest.

Psalm 103:17

“Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;”

Gods goedertierenheid reikt verder dan één geslacht. De psalm noemt ook de kindskinderen. Ouders en grootouders mogen deze tekst gebruiken om te bidden voor kinderen en kleinkinderen die nu niet naar de kerk gaan.

Romeinen 12:12

“Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.”

Drie korte opdrachten die samen een houding beschrijven voor jaren van wachten: hoop, geduld en gebed. Kort genoeg om ergens op te schrijven waar u hem dagelijks ziet.

Gods beloften voor ouders, eerlijk gelezen

Gereformeerde ouders hebben hun kinderen laten dopen en geloven dat God Zijn verbond met gelovigen en hun zaad opricht. Dat geeft hoop, maar ook vragen: als mijn kind het geloof verlaat, geldt de belofte dan nog? De Bijbel geeft geen garantie dat elk gedoopt kind tot geloof komt, maar wel beloften waarop ouders mogen pleiten. Lees de teksten hieronder in hun eigen verband; enkele zijn eerst aan Israël gegeven. Dat maakt ze niet waardeloos, wel moet u er geen zekerheid in leggen die er niet staat.

Genesis 17:7

“En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.”

De belofte aan Abraham, waarin God Zich verbindt aan ouders en hun kinderen. In de gereformeerde leer over de kinderdoop speelt deze tekst een grote rol. Ouders mogen deze belofte aan God voorhouden, juist als hun kind er zelf niets meer mee wil.

Jesaja 44:3

“Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.”

Het beeld is van droge grond die water krijgt. Een kind dat geestelijk dor lijkt, is niet hopeloos; het is droog land dat op regen wacht. Een tekst om voor uw kind te bidden: Heere, giet Uw Geest ook op mijn kind.

Jesaja 54:13

“En al uw kinderen zullen van den HEERE geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal groot zijn.”

Van den HEERE geleerd: niet alleen van de ouders. Wat u niet meer kunt overbrengen, kan de Heere Zelf leren. De Heere Jezus haalt dit vers aan in Johannes 6:45. Een tekst voor ouders die het gesprek met hun kind niet meer kunnen voeren.

Jeremia 31:16-17

“Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen. En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE; want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpale.”

Gesproken tot Rachel, die weent om haar kinderen die in ballingschap zijn (vers 15). De belofte gaat over de terugkeer van Israël, niet rechtstreeks over uw zoon of dochter. Veel ouders vinden er toch troost in, omdat de tekst laat zien hoe de Heere het geween van een moeder ziet: "er is verwachting voor uw nakomelingen".

Jesaja 49:25

“want met uw twisters zal Ik twisten, en uw kinderen zal Ik verlossen.”

Een belofte aan Sion, dat zich door God vergeten voelde. De Heere neemt het op voor de kinderen die gevangen zijn. Ouders die zien dat hun kind gebonden raakt aan verslaving, verkeerde vrienden of ongeloof, mogen dit woord in hun gebed meenemen, wetende dat God Zelf de strijd voert.

Blijven bidden, ook na jaren

Ouders van een afgedwaald kind kunnen soms niets anders meer doen dan bidden. Dat is niet weinig. In de Bijbel offerde Job voor zijn kinderen, bleef Samuël bidden voor het volk dat hem had afgewezen, en bad de Heere Jezus voor Petrus nog voordat die viel. Geen van die geschiedenissen is een belofte dat het met uw kind net zo afloopt, wel een aansporing om niet op te houden. Onder de teksten staan twee kaartteksten: een verjaardagskaart van ouders aan hun kind, zonder preek, en een kaart voor wie met de ouders meeleeft.

Job 1:5

“want Job zeide: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend. Alzo deed Job al die dagen.”

Job bracht offers voor zijn volwassen kinderen, voor zonden die hij niet eens zeker wist. Met "God gezegend" is hier het tegendeel bedoeld: God in het hart loslaten of lasteren. Al die dagen: Job bleef het doen. Een voorbeeld van ouders die blijven voorbidden, ook voor kinderen die het huis uit zijn.

1 Samuël 12:23

“Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen den HEERE zou zondigen, dat ik zou aflaten voor ulieden te bidden;”

Samuël was door het volk aan de kant gezet, en toch noemt hij ophouden met bidden een zonde tegen de Heere. Ouders die door hun kind zijn afgewezen, kunnen hier kracht uit putten: het gebed hangt niet af van hoe uw kind op u reageert.

Lukas 22:32

“Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.”

De Heere Jezus wist dat Petrus Hem zou verloochenen, en bad al voor hem voordat het gebeurde. Hij zegt ook "als gij eens zult bekeerd zijn". Een tekst die ouders troost: Christus bidt ook, en een val is niet het einde van het verhaal.

Psalm 119:176

“Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.”

Het laatste vers van de langste psalm is een gebed van iemand die gedwaald heeft. Ouders kunnen deze woorden plaatsvervangend bidden: zoek mijn kind, Heere. Ook een tekst die een kind later zelf misschien herkent.

Galaten 6:9

“Doch laat ons, goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen.”

Te zijner tijd: niet op het moment dat ouders het willen, maar wanneer God het geeft. Goed doen betekent hier ook: blijven liefhebben, de deur openhouden, het contact niet verbreken. Een tekst voor ouders die moe worden van het wachten.

Psalm 27:14

“Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op den HEERE.”

Tweemaal "wacht op den HEERE", met de belofte dat Hij het hart versterkt. Wachten is geen passief afwachten maar volhouden in vertrouwen. Vers 13 ervoor is ook de moeite waard: de hoop het goede van de Heere te zien in het land der levenden.

Prediker 11:1

“Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.”

Een spreuk over het loslaten van wat u gezaaid hebt, met de verwachting dat het later vrucht draagt. Na vele dagen: soms pas na jaren. Ouders die hun kind de Bijbel en het gebed hebben meegegeven, mogen dat werk loslaten in Gods hand.

“Van harte gefeliciteerd! Met liefde, en met een deur die altijd openstaat. Papa en mama”

“Wij denken aan u en bidden met u mee voor uw kind. "Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed." (Romeinen 12:12)”

Schuld, verantwoordelijkheid en de kinderen die bleven

Bijna alle ouders van een afgedwaald kind vragen zich af wat zij fout hebben gedaan. Soms is er echt iets om te belijden, tegenover God en misschien ook tegenover het kind. Vaak is de schuld die ouders voelen groter dan wat de Bijbel hun aanrekent. En er zijn de broers en zussen die wel bleven, en die soms vergeten worden. Deze teksten helpen om eerlijk te zijn zonder in schuld te verdrinken.

Ezechiël 18:20

“De ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons;”

Ieder mens staat zelf voor God. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun opvoeding, maar niet voor de keuzes die hun volwassen kind zelf maakt. Een tekst die ouders kan bevrijden van een schuld die niet de hunne is, en die tegelijk laat zien hoe ernstig de keuze van het kind is.

Kolossenzen 3:21

“Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.”

Paulus spreekt ouders aan op hun eigen aandeel: hardheid, willekeur of onrechtvaardige eisen kunnen een kind ontmoedigen. Een tekst om eerlijk naar uzelf te kijken, niet om uzelf te veroordelen. Wie iets herkent, mag het belijden, bij God en waar mogelijk ook bij het kind.

Psalm 25:7

“Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!”

Een gebed van David om vergeving voor de zonden van zijn jeugd. Ouders kunnen het voor hun kind bidden, en ook voor zichzelf als zij terugdenken aan fouten in de opvoeding. Gods goedertierenheid is groter dan wat ouders en kinderen elkaar hebben aangedaan.

2 Timotheüs 3:15

“En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.”

Timotheüs kende de Schriften van kinds af; Paulus noemt elders het geloof van zijn moeder Eunice en grootmoeder Loïs (2 Timotheüs 1:5). Wat uw kind van kinds af gehoord heeft, kan wijs maken tot zaligheid, ook als het nu weggezakt lijkt. Een tekst van hoop en tegelijk een reden om dankbaar te zijn voor wat u hebt kunnen meegeven.

Lukas 15:31

“En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe.”

De vader in de gelijkenis zegt dit tegen de oudste zoon, die thuis bleef en boos werd. Kinderen die wel bleven, kunnen zich tekortgedaan voelen als alle zorg en gebed naar de afgedwaalde gaat. Een tekst om hen te laten weten dat zij net zo geliefd zijn.

Tips voor het kiezen van een bijbeltekst

Bij het kiezen van een bijbeltekst voor een kind dat afdwaalt is het belangrijk om na te denken over de context en de mensen voor wie de tekst bedoeld is. Kies een vers dat aansluit bij de sfeer van de gelegenheid en dat herkenbaar is voor de aanwezigen.

De bovenstaande bijbelteksten zijn zorgvuldig geselecteerd en voorzien van uitleg, zodat u begrijpt waarom elk vers past bij een kind dat afdwaalt. Wilt u meer bijbelteksten ontdekken of heeft u een specifieke vraag? Stel deze dan aan de BijbelAssistent.

Veelgestelde vragen over bijbelteksten voor een kind dat afdwaalt

Welke bijbeltekst troost ouders van een kind dat het geloof verlaat?

Veel ouders lezen de gelijkenis van de verloren zoon in Lukas 15, vooral vers 20 over de vader die zijn zoon van ver ziet aankomen. Ook Klaagliederen 2:19, Lukas 18:1 en Handelingen 2:39 worden vaak gekozen. Johannes 6:44 helpt ouders om te weten dat het geloof van hun kind niet van henzelf afhangt, maar van God Die trekt.

Belooft Spreuken 22:6 dat mijn kind terugkomt?

Niet als garantie. Spreuken beschrijft hoe het in de regel gaat, en het boek kent ook kinderen die de vermaning van hun ouders in de wind slaan. De tekst is een opdracht om kinderen te onderwijzen en een hoop dat dit onderwijs blijft doorwerken. Gebruik hem niet als oordeel over uw opvoeding als uw kind afdwaalt, en ook niet als belofte die God verplicht is na te komen.

Is het mijn schuld dat mijn kind niet meer naar de kerk gaat?

Ouders hebben een echte verantwoordelijkheid (Kolossenzen 3:21, Deuteronomium 6:7), en wie fouten ziet, mag die belijden. Maar Ezechiël 18:20 zegt dat de vader niet draagt de ongerechtigheid van de zoon. Geloof is een werk van God (Johannes 6:44), geen resultaat van een volmaakte opvoeding. Er zijn kinderen van zeer trouwe ouders die afdwalen, en kinderen uit moeilijke gezinnen die tot geloof komen.

Gelden de doopbeloften nog als mijn kind het geloof verlaat?

De gereformeerde kerken leren dat God bij de doop Zijn verbond verzegelt aan het kind, en dat het kind geroepen is dat verbond in geloof te aanvaarden. Een kind dat het geloof verlaat, laat de belofte liggen, maar de belofte en de roeping blijven staan. Hoe dat precies verstaan moet worden, wordt in de reformatorische kerken niet overal gelijk uitgelegd; ouders mogen op de beloften van Genesis 17:7 en Handelingen 2:39 blijven pleiten, zonder te zeggen dat elk gedoopt kind zeker zalig wordt. Bespreek uw vragen hierover gerust met uw predikant.

Hoe ga ik om met mijn kind dat het geloof heeft verlaten?

Houd de relatie en de deur open, zoals de vader in Lukas 15 uitzag naar zijn zoon. Blijf liefhebben zonder elk gesprek over het geloof te laten gaan. Bid veel en spreek met wijsheid; een kind voelt snel of het als project wordt gezien of als zoon of dochter. Zoek ook steun voor uzelf, bij uw partner, een ouderling of andere ouders die hetzelfde meemaken.

Lees de gelijkenis van de verloren zoon

Meer bijbelteksten voor een kind dat afdwaalt?

Stel uw vraag aan de BijbelAssistent en krijg direct persoonlijke suggesties met bijbelverwijzingen.

Verdieping in bijbelse onderwerpen

Bijbelteksten voor andere gelegenheden

Verdiep u verder