“En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.”
De vader zag zijn zoon al toen hij nog ver weg was: hij had dus uitgekeken. In de gelijkenis is de vader in de eerste plaats een beeld van God, Die zondaars ontvangt. Toch herkennen ouders zich hierin: het uitzien, de ontferming, de open armen. Een tekst om zelf vast te houden, niet om als verwijt naar uw kind te sturen.
“Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden!”
De vader noemt de terugkeer van zijn zoon een opstanding: van dood naar levend. Zo groot is in Gods ogen de bekering van een zondaar. Ouders mogen hierop hopen en ervoor bidden. De tekst belooft niet dat elk kind terugkomt, maar laat zien dat dit de vreugde is waar God naar uitziet.
“Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.”
Deze tekst wordt vaak gelezen als garantie: wie goed opvoedt, krijgt een gelovig kind. Maar Spreuken geeft wijsheid over hoe het in de regel gaat, geen onvoorwaardelijke belofte voor elk geval. Het boek kent ook de zoon die vader en moeder niet hoort. Lees de tekst dus als opdracht en als hoop: wat u in de jeugd hebt meegegeven, gaat niet zomaar verloren. Niet als oordeel over uw opvoeding.
“Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens,”
Een oproep aan het verwoeste Jeruzalem om voor de kinderen te pleiten die van honger bezweken. Ouders van een afgedwaald kind kennen de nachtwaken. De tekst moedigt aan om het hart uit te storten "als water": alles, zonder iets achter te houden. Geschikt als gebedsregel voor wie niet weet hoe hij moet bidden.
“En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen;”
De inleiding op de gelijkenis van de weduwe die bleef komen bij de onrechtvaardige rechter. De Heere Jezus vertelt haar met één doel: niet ophouden met bidden. Voor ouders die al jaren bidden en niets zien veranderen, is dit een directe aanmoediging.
“Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.”
Petrus spreekt op de Pinksterdag over de belofte voor de hoorders en hun kinderen. Er staat ook bij: "allen, die daar verre zijn". Een kind dat ver weg is geraakt, is niet buiten het bereik van de belofte. De tekst eindigt met Gods roepen: het werk ligt bij Hem.
“Mij aangaande, dit is Mijn Verbond met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op u is, en Mijn woorden, die Ik in uw mond gelegd heb, die zullen van uw mond niet wijken, noch van den mond van uw zaad, noch van den mond van het zaad uws zaads, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid toe.”
Een verbondsbelofte die over de geslachten heen reikt. In de gereformeerde traditie pleiten ouders vaak op deze tekst voor hun kinderen. Wees eerlijk: de tekst geeft geen garantie voor ieder afzonderlijk kind, maar wel een belofte waar u God aan mag herinneren in het gebed.
“Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.”
De Heere Jezus zei dit bij Zacheüs, een man die ver van God leefde. Zoeken is Zijn werk. Ouders die niet meer bij hun kind kunnen komen, mogen weten dat de Heere Jezus wegen kent die zij niet kennen.
“Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.”
Een tekst die eerst hard klinkt, maar ouders kan bevrijden. Geloof is geen product van een goede opvoeding of een overtuigend gesprek. De Vader trekt. Dat neemt de last weg dat u uw kind zelf moet bekeren, en het maakt het gebed tot het belangrijkste wat u kunt doen.
“En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.”
Een belofte aan Israël in ballingschap, en een beschrijving van wat wedergeboorte is. Een stenen hart kan niemand zelf zacht maken, ook ouders niet. Deze tekst kunt u letterlijk in gebed omzetten: Heere, geef mijn kind een nieuw hart.
“Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.”
Al het Woord dat uw kind heeft gehoord, aan tafel, in de kerk, op school en op catechisatie, is niet verdwenen. God bepaalt wat het doet en wanneer. Een troost voor ouders die denken dat alles voor niets is geweest.
“Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;”
Gods goedertierenheid reikt verder dan één geslacht. De psalm noemt ook de kindskinderen. Ouders en grootouders mogen deze tekst gebruiken om te bidden voor kinderen en kleinkinderen die nu niet naar de kerk gaan.
“Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.”
Drie korte opdrachten die samen een houding beschrijven voor jaren van wachten: hoop, geduld en gebed. Kort genoeg om ergens op te schrijven waar u hem dagelijks ziet.