Artikel 25 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van het afdoen der ceremoniële wet
In het kort
Artikel 25 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de ceremoniële wet van Israël met de komst van Christus is opgehouden. De offers, feesten en reinigingen waren schaduwen die naar Christus wezen. Hun gebruik is voorbij, maar hun waarheid blijft in Hem. De Wet en de Profeten blijven ons onderwijzen voor geloof en leven.
De tekst van NGB 25
Wij geloven, dat de ceremoniën en figuren der Wet opgehouden hebben met de komst van Christus, en dat alle schaduwen een einde genomen hebben; alzo dat het gebruik daarvan onder de christenen weggenomen moet worden; nochtans blijft ons de waarheid en substantie daarvan in Christus Jezus, in denwelken zij hun vervulling hebben. Intussen gebruiken wij nog de getuigenissen, genomen uit de Wet en de Profeten, om ons in het Evangelie te bevestigen, en ook om ons leven te reguleren, in alle eerbaarheid, tot Gods eer, volgens Zijn wil.
Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.
Wat moet een christen met de offers, feesten en reinigingswetten uit het Oude Testament? Daarover gaat artikel 25 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: de ceremoniële wet. Dat is het deel van de wet dat de eredienst van Israël regelde. Denk aan de tabernakel, de priesters, de offers, de feestdagen, de besnijdenis en de regels over rein en onrein. Het artikel belijdt dat 'de ceremoniën en figuren der Wet opgehouden hebben met de komst van Christus'.
Ceremoniën zijn de plechtige handelingen die God aan Israël voorschreef. Figuren zijn afbeeldingen: zij gaven een beeld van iets wat nog komen moest. Het artikel noemt ze ook schaduwen. Een schaduw is echt, maar heeft geen eigen bestaan. Zij valt vooruit van iemand die eraan komt. Zo wezen al deze dingen vooruit naar Christus.
Schaduwen die naar Christus wezen
Het woord schaduw komt uit de Schrift zelf. Paulus schrijft over spijs, drank en feestdagen dat ze "een schaduw der toekomende dingen" zijn, "maar het lichaam is van Christus". De brief aan de Hebreeën zegt dat de wet "een schaduw der toekomende goederen" had, "niet het beeld zelf der zaken". De schaduw wijst dus naar het lichaam dat haar werpt.
Daarom konden de offers de zonde niet werkelijk wegnemen: "Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme". Elk lam op het altaar wees vooruit naar het ware Lam. Johannes de Doper wees Jezus aan als "het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt". In Hem kreeg elk offer zijn betekenis.
Opgehouden met de komst van Christus
Toen Christus kwam, was de schaduw niet meer nodig. Het artikel zegt dat 'alle schaduwen een einde genomen hebben'. Christus heeft Zich eenmaal geofferd, en "met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden". Bij Zijn sterven scheurde het voorhangsel van de tempel. De weg tot God loopt niet meer via altaar en priester, maar via Christus Zelf.
Daaruit volgt 'dat het gebruik daarvan onder de christenen weggenomen moet worden'. Wie de ceremoniën weer verplicht stelt, grijpt terug naar de schaduw terwijl het lichaam er al is. Daarom waarschuwt Paulus de Galaten, die weer dagen en tijden gingen onderhouden. Hij schrijft: "Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft". De gemeente heeft geen tempeloffers, priesterkleren of spijswetten meer nodig.
De waarheid blijft in Christus
Toch is er niets verloren gegaan. Het artikel zegt: 'nochtans blijft ons de waarheid en substantie daarvan in Christus Jezus'. Nochtans betekent: toch. Substantie betekent: het wezen, de eigenlijke inhoud. Wat de ceremoniën betekenden, is in Christus volledig aanwezig. Daarom zei Hij: "Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen".
Vervullen is iets anders dan afschaffen. Het paaslam is niet zomaar weggevallen, want "ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus". De hogepriester is niet verdwenen, want Christus is de ware Hogepriester. Paulus vat het samen: "het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft". Einde betekent hier ook: doel en voltooiing. De wet liep uit op Hem.
Wet en Profeten blijven spreken
Dat betekent niet dat het Oude Testament voor christenen heeft afgedaan. Het artikel zegt: 'Intussen gebruiken wij nog de getuigenissen, genomen uit de Wet en de Profeten'. Ze dienen eerst 'om ons in het Evangelie te bevestigen'. De Heere Jezus legde Zelf aan de Emmaüsgangers uit wat Mozes en de profeten over Hem geschreven hadden. Wie de schaduw kent, ziet het lichaam scherper.
Ook dienen ze 'om ons leven te reguleren, in alle eerbaarheid, tot Gods eer'. Reguleren betekent: regelen, richting geven. Eerbaarheid is een leven dat betamelijk en rein is. Hier ligt het onderscheid met de zedelijke wet, samengevat in de Tien Geboden. Die is niet afgeschaft, want zij geeft Gods blijvende wil weer. Paulus vraagt: "Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre".
Zo leest de gelovige het hele Oude Testament met Christus in het midden. De offers laten zien hoe duur de verzoening was. De feesten laten zien wat God in Christus geeft. De geboden laten zien hoe een verlost mens 'volgens Zijn wil' mag leven.
Bijbelse onderbouwing
“Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.”
Christus kwam niet om de wet en de profeten te ontbinden maar om ze te vervullen, zodat hun waarheid in Hem blijft.
“Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.”
Paulus noemt feestdagen en spijswetten een schaduw van wat komen zou, terwijl het lichaam zelf van Christus is.
“Want de wet, hebbende een schaduw der toekomende goederen, niet het beeld zelf der zaken, kan met dezelfde offeranden, die zij alle jaren geduriglijk opofferen, nimmermeer heiligen degenen, die daar toegaan.”
De wet had alleen een schaduw van de toekomende goederen en kon met haar jaarlijkse offers niemand volmaakt heiligen.
“Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.”
De wet liep uit op Christus, en daarom zegt het artikel dat de waarheid en substantie van de ceremoniën in Hem blijven.
“Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.”
Het geloof maakt de wet niet krachteloos maar bevestigt haar, zodat Gods wil voor het leven van de gelovige blijft gelden.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Al in de eerste gemeente was dit een brandende vraag. Moesten christenen uit de heidenen besneden worden en de wet van Mozes houden? De vergadering in Jeruzalem besliste in Handelingen 15 dat dit juk hun niet opgelegd moest worden. Paulus streed in zijn brief aan de Galaten tegen wie de besnijdenis toch weer verplicht wilden stellen.
In de zestiende eeuw speelde de vraag opnieuw. De reformatoren verweten Rome dat het met een offerende priester, een altaar en veel plechtigheden de schaduwen terugbracht. Calvijn schreef in zijn Institutie dat de ceremoniën wel in hun gebruik zijn afgeschaft, maar niet in hun betekenis. Het artikel volgt die lijn: het gebruik valt weg, de waarheid blijft in Christus.
Om over door te praten
- Welke ceremonie uit het Oude Testament helpt u het best om te begrijpen wat Christus gedaan heeft, en waarom?
- Wat is het verschil tussen het afschaffen en het vervullen van de wet, en hoe laat Mattheüs 5:17 dat zien?
- Waarom zegt het artikel dat het gebruik van de ceremoniën 'onder de christenen weggenomen moet worden'?
- Hoe kunnen de Wet en de Profeten u vandaag bevestigen in het geloof in het Evangelie?
- Op welke manier richt de zedelijke wet uw leven tot Gods eer, nu de ceremoniële wet in Christus vervuld is?