Inleiding tot Richteren 18
Richteren hoofdstuk 18 beschrijft een donkere episode in de geschiedenis van Israël: de trek van de stam Dan naar het noorden en hun overname van Micha's afgoden. Dit verhaal toont de geestelijke en morele verval van Israël tijdens de tijd van de Richteren, toen 'ieder deed wat goed was in zijn ogen' (vers 6).
De Verkenning van de Danieten (vers 1-10)
De stam Dan had moeite om hun toegewezen erfenis in het zuiden te veroveren, omdat de Filistijnen en andere volken te sterk waren. Daarom zonden ze vijf dappere mannen uit om een geschikt land te zoeken. Deze verkenners kwamen bij het huis van Micha en ontmoetten daar de Leviet uit hoofdstuk 17.
De verkenners vroegen de Leviet om Gods wil te raadplegen betreffende hun reis. De Leviet, die eigenlijk geen recht had om als priester te functioneren, gaf hen een positieve profetie. Dit toont hoe de religieuze praktijken verwaterd waren - men zocht Gods wil via een illegale priester bij afgoden.
De Ontdekking van Lais (vers 7-10)
De verkenners ontdekten de stad Lais (ook wel Lesjem genoemd), waarvan de bewoners vredig en welvarend leefden, maar geïsoleerd waren van hulp. De stad lag ver van Sidon en had geen verdragsbanden. Deze informatie werd enthousiast gerapporteerd aan de stam Dan als een gemakkelijke prooi.