Het Verhaal van Micha en zijn Beeldhuis
Richteren hoofdstuk 17 markeert het begin van de laatste sectie van het boek Richteren (hoofdstukken 17-21), die de diepte van Israëls geestelijke en morele verval toont. Het verhaal van Micha en zijn beeldhuis illustreert hoe ver het volk was afgedwaald van Gods wetten en de ware aanbidding.
De Diefstal en Terugkeer van het Zilver (verzen 1-4)
Het hoofdstuk begint met een merkwaardig verhaal. Micha, een man uit het bergland van Efraïm, heeft 1100 zilverstukken gestolen van zijn moeder. Toen zij deze diefstal vervloekte, werd Micha door angst gedreven om de waarheid te bekennen en het zilver terug te geven. Zijn moeder, die waarschijnlijk opgelucht was, zegende hem vervolgens.
Deze opening onthult al veel over de morele staat van de samenleving. Diefstal binnen families, vervloekingen en een oppervlakkige omgang met religieuze zaken karakteriseren deze tijd. De moeder besluit het zilver te 'heiligen voor de HEERE' door er een gesneden beeld van te laten maken - een directe overtreding van het tweede gebod (Exodus 20:4).
Het Huisheiligtum van Micha (verzen 5-6)
Micha richtte een huis gods in, compleet met efods (priesterlijke kledingstukken), huisgoden (terafim) en andere religieuze voorwerpen. Hij wijdde zelfs een van zijn zonen als priester, hoewel deze niet van de stam Levi was. Dit was een flagrante schending van Gods wet, die bepaalde dat alleen Levieten konden dienen als priesters.