18 kruisverwijzingen gevonden
“In die dagen was er geen koning in Israel; en in dezelve dagen zocht de stam der Danieten voor zich een erfenis om te wonen; want hun was tot op dien dag onder de stammen van Israel niet genoegzaam ter erfenis toegevallen.”
Statenvertaling (SV)
Bijbelgedeelten die hetzelfde verhaal of dezelfde gebeurtenis beschrijven.
In diezelve dagen was er geen koning in Israel; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen.
In diezelve dagen was er geen koning in Israel; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen.
In die dagen was er geen koning in Israel; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen.
Bekijk ook de uitleg bij dit vers of lees het in context.
Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen, commentaren en vergelijkbare teksten.
Stel een vraag over Richteren 18:1Het geschiedde ook in die dagen, als er geen koning was in Israel, dat er een Levietisch man was, verkerende als vreemdeling aan de zijden van het gebergte van Efraim, die zich een vrouw, een bijwijf, nam van Bethlehem-Juda.
Het geschiedde ook in die dagen, als er geen koning was in Israel, dat er een Levietisch man was, verkerende als vreemdeling aan de zijden van het gebergte van Efraim, die zich een vrouw, een bijwijf, nam van Bethlehem-Juda.
In die dagen was er geen koning in Israel; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen.
En de Amorieten drongen de kinderen van Dan in het gebergte; want zij lieten hun niet toe, af te komen in het dal.
Het zevende lot ging uit voor den stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen.
Het zevende lot ging uit voor den stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen.
En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
En er was niemand, die hen verloste; want zij was verre van Sidon, en zij hadden niets met enigen mens te doen; en zij lag in het dal, dat bij Beth-Rechob is. Daarna herbouwden zij de stad, en woonden daarin.
En de Amorieten drongen de kinderen van Dan in het gebergte; want zij lieten hun niet toe, af te komen in het dal.
En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
En er was niemand, die hen verloste; want zij was verre van Sidon, en zij hadden niets met enigen mens te doen; en zij lag in het dal, dat bij Beth-Rechob is. Daarna herbouwden zij de stad, en woonden daarin.