De Genezing van de Verlamde Man (Handelingen 3:1-10)
Handelingen 3 opent met een van de meest bekende wonderen uit de vroege kerk. Petrus en Johannes gaan naar de tempel voor het avondgebed rond drie uur 's middags. Bij de Schone Poort, een van de ingangen van de tempel, ontmoeten zij een man die vanaf zijn geboorte verlamd is.
De Kracht van Jezus' Naam
Wanneer de verlamde man om geld vraagt, antwoordt Petrus met de inmiddels beroemde woorden: "Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel!" (vers 6). Deze verklaring toont de transformatie die Petrus heeft ondergaan - van de discipel die Jezus verloochende tot de moedige apostel die wonderen verricht.
De genezing is compleet en onmiddellijk. De man springt op, wandelt en prijst God. Dit wonder gebeurt op een zeer openbare plaats, waardoor vele mensen getuige zijn van Gods kracht.
Petrus' Tweede Preek (Handelingen 3:11-26)
De verbazing van het volk geeft Petrus een perfecte gelegenheid om opnieuw het evangelie te verkondigen. Zijn preek bevat verschillende belangrijke elementen:
Jezus als de Vervuller van Profetieën
Petrus verbindt Jezus direct met de Oudtestamentische beloften. Hij noemt Hem "den Heilige en Rechtvaardige" (vers 14) en "den Vorst des levens" (vers 15). Petrus benadrukt dat Jezus de Messias is die door alle profeten werd aangekondigd, beginnend bij Mozes (vers 22).
Oproep tot Bekering
Net als in zijn eerste preek op Pinksteren, roept Petrus het volk op tot bekering. Hij erkent dat zij uit onwetendheid hebben gehandeld toen zij Jezus verwierpen (vers 17), maar benadrukt dat bekering nu mogelijk is voor vergeving van zonden.