Inleiding tot Ezechiel 20
Ezechiel 20 is een van de meest ingrijpende hoofdstukken in het boek Ezechiel. Het begint met oudsten van Israël die naar de profeet komen om de Heer te raadplegen, maar God weigert hun verzoek. In plaats daarvan geeft Hij door Ezechiel een verpletterende analyse van Israëls geschiedenis - een geschiedenis van voortdurende rebellie en ontrouw, ondanks Gods trouw en geduld.
De Weigering om Geraadpleegd te Worden (vers 1-3)
Het hoofdstuk begint op de tiende dag van de vijfde maand in het zevende jaar - augustus 591 v.Chr. Oudsten van Israël komen naar Ezechiel om 'de Heer te raadplegen'. God weigert echter hun verzoek categorisch. Deze weigering toont Gods heilige toorn over hun voortdurende afgoderij en ontrouw.
Israëls Rebellie in Egypte (vers 4-9)
God herinnert Israël eraan hoe Hij hen uitverkoos toen zij nog in Egypte waren. Hij beloofde hen uit Egypte te leiden naar een land dat vloeit van melk en honing. Maar zelfs toen eiste Hij dat zij hun afgoden zouden wegwerpen. Tragisch genoeg gehoorzaamde Israël niet - zij hielden vast aan de afgoden van Egypte. God had hen kunnen vernietigen, maar om Zijn eigen naam niet te ontheiligen voor de ogen van de volken, leidde Hij hen toch uit Egypte.
De Woestijnperiode: Eerste Generatie (vers 10-17)
In de woestijn gaf God Israël Zijn wetten en verordeningen, inclusief de sabbat als teken tussen Hem en Zijn volk. Maar ook hier rebelleerde Israël. Zij verwierpen Gods wetten en ontheiligden Zijn sabbat. Opnieuw had God hen kunnen vernietigen, maar om Zijn naam wilde Hij het niet doen. In plaats daarvan zwoer Hij dat deze generatie het beloofde land niet zou binnengaan.