Inleiding tot 2 Korinthe 9
2 Korinthe hoofdstuk 9 vormt het hoogtepunt van Paulus' uitgebreide leer over christelijk geven. In dit krachtige hoofdstuk ontvouwt de apostel fundamentele principes die nog steeds relevant zijn voor gelovigen van vandaag. Het hoofdstuk bouwt voort op hoofdstuk 8 en behandelt de collecte voor de arme christenen in Jeruzalem.
De Voorbereiding op het Geven (vers 1-5)
Paulus begint met het benadrukken dat de Korinthiërs al bereid zijn om te geven. Hij heeft over hun bereidwilligheid opgeschept bij de Macedoniërs, maar nu wil hij ervoor zorgen dat ze daadwerkelijk voorbereid zijn wanneer hij komt. De apostel zendt broeders vooruit om te zorgen dat hun gift klaar is, zodat die gift er ligt 'als een zegen, en niet als een vrekheid' (vers 5).
Dit toont het belang van planning en voorbereiding in ons geven. Christelijk geven moet doordacht en voorbereid zijn, niet impulsief of onder druk.
De Principes van Geven (vers 6-9)
Het Zaai-en-Oogst Principe (vers 6)
Paulus gebruikt de bekende metafoor: 'Die spaarzamelijk zaait, zal ook spaarzamelijk maaien; en die in zegeningen zaait, zal ook in zegeningen maaien.' Dit principe uit de landbouw illustreert een geestelijke wet. Net zoals een boer die meer zaad plant meer oogst, zo brengt vrijgevig geven meer geestelijke vrucht voort.
De Houding van het Hart (vers 7)
Een van de meest geciteerde verzen over geven vindt we hier: 'Een iegelijk doe, gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid, of uit nooddwang; want God heeft een blijmoedigen gever lief.' Dit vers benadrukt drie cruciale aspecten: