Inleiding tot 2 Korinthe 8
2 Korinthe hoofdstuk 8 vormt een belangrijk onderdeel van Paulus' tweede brief aan de gemeente in Korinthe. Dit hoofdstuk behandelt het thema van christelijke vrijgevigheid en de collecte voor de arme heiligen in Jeruzalem. Paulus presenteert hier fundamentele principes over geven die tot op de dag van vandaag relevant zijn voor christenen wereldwijd.
Het Voorbeeld van de Macedonische Gemeenten (vers 1-5)
Paulus begint dit hoofdstuk door te wijzen op het opmerkelijke voorbeeld van de gemeenten in Macedonië. Ondanks hun eigen armoede en beproevingen toonden zij buitengewone vrijgevigheid. Deze gemeenten, waaronder die van Filippi en Thessalonica, gaven 'naar vermogen en zelfs boven vermogen'.
Wat bijzonder is aan hun geven, is dat het spontaan gebeurde. Paulus moest hen niet overtuigen - zij smeekten zelfs om mee te mogen doen aan de dienst aan de heiligen. Hun vrijgevigheid vloeide voort uit hun overgave aan God en hun liefde voor hun medechristenen.
De Oproep tot Voltooiing (vers 6-15)
In de verzen 6-15 richt Paulus zich direct tot de Korinthiërs. Hij herinnert hen eraan dat zij een jaar eerder waren begonnen met het inzamelen van geld voor de collecte, maar dit nog niet hadden voltooid. Titus wordt genoemd als degene die deze taak zal helpen voltooien.