“En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben. Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige; Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.”
De tekst begint niet bij het gebed, maar bij de ontferming van Christus over schapen zonder herder. Een vacante gemeente mag weten dat Hij haar zo ziet. Vers 38 is de gebedsopdracht die in veel vacante gemeenten in de voorbede terugkomt.
“Dat de HEERE, de God der geesten van alle vlees, een man stelle over deze vergadering. Die voor hun aangezicht uitga, en die voor hun aangezicht inga, en die hen uitleide, en die hen inleide; opdat de vergadering des HEEREN niet zij als schapen, die geen herder hebben.”
Mozes bidt om een opvolger voordat hij sterft. Het is een van de oudste gebeden om een herder voor Gods volk, en het vraagt niet om een begaafd spreker, maar om iemand die voorgaat. Geschikt voor de kerkenraad als opening van een vergadering over het beroepingswerk.
“En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.”
Een belofte aan een afkerig volk dat terugkeert. Een gemeente kan haar gebed om een predikant op deze belofte bouwen: herders "naar Mijn hart", niet naar onze wensenlijst. Een tekst voor het kerkblad of de voorbede.
“O Herder Israëls! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkende.”
Een gebed van een volk in nood dat God aanspreekt als zijn Herder. Een vacante gemeente heeft geen eigen herder, maar wel de Herder Israëls. Psalm 80 is ook als geheel geschikt om in een leesdienst te lezen.
“Want zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken. Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, ten dage der wolke en der donkerheid.”
Ezechiël 34 is een aanklacht tegen slechte herders, gevolgd door Gods belofte dat Hij Zelf Zijn schapen zoekt. Voor een gemeente in een vacature, zeker na een moeilijk vertrek, is dit een sterke troost: God laat Zijn kudde niet los.
“Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen.”
Christus wordt hier de Herder en Opziener van de zielen genoemd. Een predikant is een onderherder; ook zonder hem heeft de gemeente haar eigenlijke Herder. Een korte tekst die past bij het begin van een vacature.
“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”
De stem van de goede Herder klinkt ook in een gelezen preek en in een gastpredikant. Deze verzen geven zekerheid die niet afhangt van de bezetting van de kansel. Geschikt voor een bemoedigend woord van de kerkenraad.
“De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt. … Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.”
Een vacature vraagt geduld en geduld is moeilijk. Deze klaagzang noemt het juist goed om te hopen en stil te zijn. Een tekst voor een gemeente die al meerdere beroepen bedankt zag.
“Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord. Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.”
De herhaling "de wachters op den morgen" laat voelen hoe lang wachten duren kan. De psalmist hoopt "op Zijn Woord", en dat is precies waar een vacante gemeente van leeft. Ook geschikt om te zingen in de berijming.
“Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.”
Een tekst die vacante gemeenten vaak troost: ook in een leesdienst met een gelezen preek is de Heere aanwezig. Het vers staat in het verband van tucht en gebed in de gemeente (Mattheüs 18:15-20), wat hem ook voor een kerkenraad passend maakt.
“En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”
De laatste belofte van Christus aan Zijn discipelen geldt al de dagen, dus ook de dagen zonder eigen predikant. Kort genoeg voor de liturgie, het mededelingenblad of een kaart aan de kerkenraad.
“God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.”
Gezegd van de stad Gods, en daarom vaak toegepast op de gemeente. Het tweede deel spreekt van hulp bij het aanbreken van de morgen, een beeld dat past bij een gemeente die uitziet naar het einde van de vacature. De Statenvertaling telt het opschrift van Psalm 46 als vers 1.