“Samuël nu nam een steen, en stelde dien tussen Mizpa en tussen Sen, en hij noemde diens naam Eben-Haëzer; en hij zeide: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen.”
Samuël richtte een gedenksteen op na een uitredding die Israël niet aan zichzelf te danken had. Zo is een ambtsjubileum ook een gedenksteen: niet om de jaren van de dienaar te vieren, maar de hulp van de Heere. Het slotzinnetje is kort genoeg voor een kaart, boven het programma of op de liturgie.
“Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.”
Paulus kijkt terug op zijn arbeid en zegt in één adem: ik heb gearbeid, en toch niet ik. Dat is precies de spanning van een jubileum, waarin trouwe arbeid erkend wordt zonder de dienaar op een voetstuk te zetten. Een predikant kiest deze tekst vaak zelf als preektekst voor de jubileumdienst.
“Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons;”
Na 25 of 40 jaar kent een dienaar zijn eigen zwakheid beter dan wie ook. Deze tekst geeft daar ruimte aan: het vat is van aarde, de schat is het Evangelie. Geschikt voor een preek, maar ook voor een persoonlijke kaart aan een predikant die in moeite diende.
“En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende;”
Het is een dankzegging van de apostel zelf: niet de gemeente bedankt hier de dienaar, maar de dienaar dankt Christus voor de bediening. Een jubilaris kan deze tekst gebruiken in zijn dankwoord aan het slot van de feestdienst of de receptie.
“Dan, hulp van God verkregen hebbende, sta ik tot op dezen dag, betuigende beiden klein en groot; niets zeggende buiten hetgeen de profeten en Mozes gesproken hebben, dat geschieden zoude …”
Voor koning Agrippa vat Paulus zijn bediening samen: staande gehouden door God, en niets anders gepredikt dan de Schriften. Bij een jubileum van een predikant zegt deze tekst twee dingen tegelijk: dank voor bewaring en trouw aan het Woord. Het eerste deel, tot "tot op dezen dag", past goed op een kaart.
“Niet ons, o HEERE! niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil.”
Een tekst die de toon van de hele dag kan zetten. Veel jubilarissen vragen juist dat de aandacht niet te veel naar hen uitgaat; dit vers zegt waarom. Ook bruikbaar als openingstekst van het programma of als regel boven het jubileumboekje.
“Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; … Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.”
Deze woorden staan midden in de klaagzangen over het verwoeste Jeruzalem. Daardoor past de tekst ook bij een jubileum waarin moeilijke jaren niet verzwegen hoeven worden: kerkelijke spanningen, ziekte in de pastorie, een gemeente in rouw. Gods trouw droeg ook toen.
“Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods. En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.”
Hier staat de maatstaf van het ambt: niet succes of populariteit, maar trouw. Een tekst die past bij een sobere jubileumdienst en bij een woord namens de kerkenraad. Ook geschikt voor een ouderling of diaken, omdat het om getrouwheid in het toevertrouwde gaat.
“Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.”
Een predikant ziet na jaren lang niet altijd vrucht. Deze belofte legt de vrucht van zijn prediking bij God en niet bij de prediker. Geschikt als bemoediging op een kaart, of als slottekst in een toespraak die terugblikt op honderden preken.
“O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen. Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.”
Een psalm van iemand die al jong door God onderwezen werd en nu, ouder geworden, nog wil verkondigen. Vooral passend bij een 40-jarig ambtsjubileum of bij een emeritus die nog voorgaat. Het gebed "verlaat mij niet" maakt er ook een tekst voor de voorbede van.
“Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik uwer gedenk. (Te allen tijd in al mijn gebed voor u allen met blijdschap het gebed doende) Over uw gemeenschap aan het Evangelie, van den eersten dag af tot nu toe;”
Paulus dankt voor een gemeente die vanaf de eerste dag met hem verbonden was. Een jubilerende predikant kan dit woord teruggeven aan zijn gemeente; de kerkenraad kan het omgekeerd gebruiken in een felicitatie. "Van den eersten dag af tot nu toe" vat de jaren mooi samen.
“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.”
Een lofprijzing waarmee Paulus een lang en diep betoog afsluit. Bij een jubileum kan deze tekst de laatste regel zijn: onder het programma, aan het slot van het dankwoord of op de achterkant van een jubileumuitgave met preken.