Ga naar hoofdinhoud

Zondag 37: De eed

Schriftbewijzen: Mattheus 5:37, Jakobus 5:12

Vraag 101: Maar mag men ook godzaliglijk bij den Naam Gods een eed zweren?

Ja; wanneer het de overheid van haar onderdanen, of ook de nood vordert, om daardoor trouw en waarheid te bevestigen, en dat tot Gods ere en des naasten heil. Want zulk eedzweren is in Gods Woord gegrond, en daarom ook van de heiligen in het Oude en Nieuwe Testament recht gebruikt geweest.

Schriftbewijzen: Deuteronomium 6:13, Deuteronomium 10:20, Jesaja 48:1, Hebreeen 6:16, Genesis 21:24, Genesis 31:53-54, Jozua 9:15, 1 Samuel 24:22, 2 Samuel 3:35, 1 Koningen 1:28-30, Romeinen 1:9, 2 Korinthe 1:23

Vraag 102: Mag men ook bij de heiligen of bij andere schepselen een eed zweren?

Neen; want een rechte eed is een aanroeping Gods, dat Hij, als de enige Kenner der harten, der waarheid getuigenis wil geven, en mij straffen zo ik valselijk zweere; welke eer aan geen schepsel toekomt.

Schriftbewijzen: 2 Korinthe 1:23, Mattheus 5:34-36, Jakobus 5:12

Zondag 37: De eed

Antwoord:

Ja; wanneer het de overheid van haar onderdanen, of ook de nood vordert, om daardoor trouw en waarheid te bevestigen, en dat tot Gods ere en des naasten heil. Want zulk eedzweren is in Gods Woord gegrond, en daarom ook van de heiligen in het Oude en Nieuwe Testament recht gebruikt geweest.

Antwoord:

Neen; want een rechte eed is een aanroeping Gods, dat Hij, als de enige Kenner der harten, der waarheid getuigenis wil geven, en mij straffen zo ik valselijk zweere; welke eer aan geen schepsel toekomt.