Jakobus 1 in het kort: dit hoofdstuk leert gelovigen om beproevingen als vreugde te zien (vers 2-4), wijsheid aan God te vragen (vers 5) en geen hoorders maar daders van het Woord te zijn (vers 22). Hieronder vindt u de uitleg per gedeelte en de tekst in de Statenvertaling en HSV. De brief wordt ook wel Jacobus geschreven; Jakobus 1 en Jacobus 1 zijn hetzelfde hoofdstuk. De volledige tekst leest u op de bijbelpagina van Jakobus 1.
Jakobus 1 lezen in de Statenvertaling en HSV
In de Statenvertaling begint het hoofdstuk na de groet met: 'Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt' (Jakobus 1:2). Bekend is ook vers 5: 'En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.' De Herziene Statenvertaling (HSV) geeft dezelfde brontekst weer in hedendaags Nederlands en is voor veel lezers de toegankelijkste keuze voor studie van deze praktische brief.
Jakobus 1 vormt de inleiding van een van de meest praktische boeken uit het Nieuwe Testament. De apostel Jakobus, broer van Jezus, richt zich tot 'de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn' en biedt directe, concrete wijsheid voor het dagelijks christelijk leven.
Begroeting en Geadresseerden (vers 1)
Jakobus stelt zichzelf voor als 'dienstknecht van God en van de Heere Jezus Christus'. Deze nederige houding karakteriseert het hele boek. Hij schrijft aan Joodse christenen die door vervolgingen verstrooid waren over het Romeinse Rijk.