De Terugkeer van Gods Heerlijkheid (Ezechiel 43:1-5)
Ezechiel 43 begint met een van de meest indrukwekkende visioenen in de Bijbel: de terugkeer van Gods heerlijkheid naar de tempel. Nadat Ezechiel eerder had gezien hoe Gods heerlijkheid de tempel verliet vanwege Israëls zonden (Ezechiel 10), ziet hij nu het omgekeerde gebeuren.
De profeet wordt naar de oostpoort gebracht, waar "de heerlijkheid des Gods van Israël kwam van den weg naar het oosten" (vers 2). Zijn stem was "als het geruis van vele wateren" - een beeld dat de overweldigende kracht en majesteit van Gods aanwezigheid benadrukt. Deze beschrijving herinnert aan Johannes' visioen in Openbaring 1:15.
Gods Stem en Belofte (Ezechiel 43:6-12)
In vers 7 spreekt God rechtstreeks tot Ezechiel vanuit de tempel: "Mensenkind! dit is de plaats Mijns troons, en de plaats der zolen Mijner voeten, alwaar Ik wonen zal in het midden der kinderen Israëls, in eeuwigheid." Dit is een fundamentele belofte van Gods blijvende aanwezigheid.
God stelt duidelijke voorwaarden voor deze terugkeer. Het volk moet zich bekeren van hun afgoderij en onreinheid. De tempel moet heilig gehouden worden, gescheiden van wereldse zaken. Dit onderstreept het belang van heiligheid in de relatie tussen God en zijn volk.
Het Altaar en de Wijdingsoffers (Ezechiel 43:13-27)
De tweede helft van het hoofdstuk bevat gedetailleerde instructies voor het brandofferaltaar. De afmetingen worden nauwkeurig beschreven, evenals het zevendarige wijdingsproces. Dit altaar is groter dan dat in Salomos tempel, wat mogelijk symboliseert dat Gods werk van herstel het oorspronkelijke zal overtreffen.