Esther 2 vertelt hoe de Joodse wees Hadassa, beter bekend als Esther, na de afzetting van koningin Vasti tot koningin van Perzië wordt gekroond (vers 17), en hoe haar neef Mordechai een moordcomplot tegen koning Ahasveros ontdekt (vers 21-23). Het hoofdstuk telt 23 verzen; de nummering is in de Statenvertaling, de HSV en de NBV21 gelijk. Over de kroning zegt de Statenvertaling: 'en hij zette de koninklijke kroon op haar hoofd, en hij maakte haar koningin in de plaats van Vasthi' (vers 17). U leest Esther 2 in de Statenvertaling vers voor vers; hieronder volgt de uitleg per gedeelte.
Esther wordt koningin van Perzië
Esther hoofdstuk 2 vormt het fundament van een van de meest fascinerende verhalen in de Bijbel. Na koning Ahasveros' impulsieve beslissing om koningin Vasti af te zetten, begint de zoektocht naar een nieuwe koningin - een zoektocht die Gods verborgen hand duidelijk laat zien.
De zoektocht naar een nieuwe koningin (verzen 1-4)
Het hoofdstuk opent met koning Ahasveros die zijn woede is bedaard en spijt heeft van zijn beslissing over Vasti. Zijn raadgevers stellen een rijk-brede schoonheidswedstrijd voor om een nieuwe koningin te vinden. Dit lijkt op het eerste gezicht een wereldse aangelegenheid, maar Gods voorzienigheid werkt al achter de schermen.
De procedure die wordt beschreven toont de overdaad van het Perzische hof: jonge maagden zouden een jaar lang worden voorbereid met kostbare zalven en parfums voordat ze voor de koning zouden verschijnen.