Inleiding tot Jeremia 20
Jeremia hoofdstuk 20 toont ons een van de meest persoonlijke en emotioneel geladen passages in het hele boek Jeremia. Dit hoofdstuk laat de menselijke kant van de profeet zien - zijn worsteling, twijfel en zelfs woede jegens God. Tegelijkertijd bevestigt het Gods getrouwheid en de kracht van Zijn woord.
Confrontatie met Pashhur (verzen 1-6)
Het hoofdstuk begint met een directe confrontatie tussen Jeremia en Pashhur, zoon van Immer. Pashhur was een priester en hoofd van de tempel, een man met aanzienlijke religieuze en politieke macht. Toen hij Jeremia's profetieën hoorde over het komende oordeel over Jeruda en Jeruzalem, reageerde hij met geweld.
Pashhur liet Jeremia slaan en in de blok zetten bij de Benjaminspoort van de tempel. Deze publieke vernedering was bedoeld om Jeremia tot zwijgen te brengen en zijn geloofwaardigheid te ondermijnen. Het laat zien hoe religieuze leiders soms Gods boodschap verwerpen wanneer deze niet past bij hun eigen agenda.
De volgende dag, toen Jeremia werd vrijgelaten, sprak hij een profetie uit tegen Pashhur. Hij veranderde zijn naam symbolisch van Pashhur naar 'Magor-Missabib' (verschrikking rondom). Deze nieuwe naam voorspelde dat Pashhur en zijn familie zouden worden weggevoerd naar Babylon, waar zij zouden sterven.