Ga naar hoofdinhoud

Malta in de Bijbel

Melite (Grieks: Μελίτη) — mogelijk afgeleid van een Fenicisch woord dat "toevlucht" of "veilige haven" betekent. Andere verklaringen koppelen de naam aan "meli" (honing), waarvoor het eiland in de oudheid beroemd was.

Malta, in de Bijbel Melita genoemd, is het eiland waar Paulus na een zware zeestorm schipbreuk leed op weg naar Rome. Hij verbleef er drie maanden, overleefde een gevaarlijke slang, genas de vader van Publius en ervoer buitengewone gastvrijheid van de bewoners.

Ook bekend als: Melita, Melite

Ligging

Malta ligt in de Middellandse Zee, ongeveer tachtig kilometer ten zuiden van Sicilie en ruim driehonderd kilometer ten noorden van de Noord-Afrikaanse kust. Het kleine eiland vormde in de oudheid een strategisch knooppunt tussen het Griekstalige oosten en het Latijnstalige westen. In Paulus' tijd stond Malta onder Romeins bestuur en was het bewoond door een Punisch-sprekende bevolking, aangevuld met Griekse en Romeinse kolonisten.

Vandaag

Malta is vandaag een zelfstandige eilandrepubliek en sinds 2004 lid van de Europese Unie. De traditionele plaats van Paulus' schipbreuk is Sint-Paulusbaai (San Pawl il-Bahar) aan de noordoostkust. De Grotto van Sint-Paulus in Rabat wordt herinnerd als de plaats waar de apostel zou hebben verbleven. De Maltese bevolking, overwegend rooms-katholiek, vereert Paulus als grondlegger van het christendom op het eiland.

Geschiedenis

Malta heeft een bewoningsgeschiedenis die teruggaat tot minstens 5000 voor Christus. De indrukwekkende megalithische tempels van het eiland behoren tot de oudste vrijstaande stenen bouwwerken ter wereld. Rond 800 voor Christus vestigden de Feniciers zich er, gevolgd door Carthagers en in 218 voor Christus door Romeinen. In de tijd van Paulus was Malta ruim twee eeuwen onder Romeins gezag en vormde het een rustig, maar welgesteld provinciaal bestuur. De bevolking sprak een Punisch dialect — vandaar dat Lukas hen "barbaren" noemt in Handelingen 28:2, niet als belediging maar als neutrale aanduiding voor niet-Griekssprekenden. De bijbelse ontmoeting met Malta vindt plaats tijdens Paulus' overbrenging naar Rome, waar hij als Romeins burger zijn beroep op de keizer wilde doen (Handelingen 25:10-12). Samen met andere gevangenen en onder bewaking van de hoofdman Julius werd hij ingescheept op een graanschip uit Alexandrie. Het reisseizoen was al ver gevorderd en Paulus waarschuwde dat doorvaren gevaarlijk zou zijn, maar de stuurman en eigenaar besloten anders. Buiten Kreta werden zij door een hevige noordoostenwind, de Eurakylon, gegrepen (Handelingen 27:14). Veertien dagen dreef het schip stuurloos door de Adriatische Zee. In die diepe nood sprak Paulus de bemanning tweemaal bemoedigend toe: een engel had hem verzekerd dat niemand zou omkomen, hoewel het schip verloren zou gaan (Handelingen 27:22-25). Toen de matrozen op de vijftiende nacht land vermoedden, lieten zij peilloden zakken en werden hun vermoedens bevestigd. In het grauwe licht van de ochtend zagen zij een baai met een strand en probeerden het schip daar op te laten lopen. Het liep echter vast op een zandbank, waar de boeg stuk sloeg tegen het geweld van de golven. De soldaten wilden alle gevangenen doden om te voorkomen dat zij zouden ontsnappen, maar de hoofdman Julius, die Paulus wilde sparen, verbood dit. Zo kwamen allen — tweehonderdzesenzeventig mensen in totaal — behouden aan land, zoals Paulus had voorzegd (Handelingen 27:37, 44). Pas aan wal vernamen zij dat het eiland Melita heette (Handelingen 28:1). De bewoners toonden buitengewone menslievendheid. Ondanks regen en kou staken zij een groot vuur aan en ontvingen de gestrande reizigers. Terwijl Paulus takken op het vuur legde, kwam door de hitte een adder uit het rijshout en beet zich vast in zijn hand. De inwoners dachten eerst dat hij een moordenaar was die nu door de godin Dike werd gestraft, maar toen Paulus geen enkel kwaad overkwam, veranderden zij van mening en noemden hem zelfs een god. Publius, de voornaamste van het eiland, ontving Paulus en zijn gezelschap drie dagen lang gastvrij. Toen Paulus hoorde dat Publius' vader ernstig ziek was van koorts en dysenterie, ging hij naar hem toe, bad, legde hem de handen op en genas hem. Daarna kwamen ook andere zieken van het eiland en werden zij genezen (Handelingen 28:8-9). Drie maanden bleef Paulus op Malta, totdat het vaarseizoen weer veilig was. Bij hun vertrek overlaadden de bewoners hen met eerbewijzen en gaven hen mee wat zij nodig hadden. Zij voeren uit op een ander Alexandrijns graanschip dat op het eiland had overwinterd en zetten hun reis voort naar Syracuse, Rhegium en uiteindelijk Puteoli in Italie (Handelingen 28:11-13).

Betekenis in de Bijbel

De episode op Malta is een van de meest aansprekende voorbeelden in het Nieuwe Testament van hoe Gods voorzienigheid zelfs door catastrofes heen haar doel bereikt. Paulus was op weg naar Rome om voor de keizer te getuigen, maar God gebruikte een storm en schipbreuk om het evangelie ook op een klein eiland buiten alle zendingsroutes te brengen. Wat er precies gebeurde met het gezin van Publius en de vele genezen zieken, weten we niet in detail, maar de vroege kerk heeft altijd geloofd dat hier de eerste christelijke gemeente van Malta is ontstaan. Het verhaal laat bovendien zien hoe Paulus in tegenspoed juist leider werd. Hoewel hij als gevangene aan boord was, werd hij tijdens de storm feitelijk de geestelijke en morele anker van de hele bemanning. Hij bad, bemoedigde, at zichtbaar brood in dankzegging voor allen, en verzekerde hen in Gods Naam dat zij behouden zouden blijven. Zijn getuigenis opende harten nog voordat het schip strandde. De slangengebeurtenis herinnert aan Jezus' belofte in Markus 16:18 en Lukas 10:19, waar Hij Zijn discipelen gezag geeft over slangen en schorpioenen. De bewoners van Malta interpreteerden Paulus' ongevoeligheid voor het gif als een goddelijk teken. Het werd een opening voor gesprek, gastvrijheid en uiteindelijk genezingen. Daarmee staat het verhaal in de bredere nieuwtestamentische lijn waarin tekenen en wonderen het evangelie bevestigen (Markus 16:20; Hebreeen 2:4). Malta is ook een voorbeeld van goddelijke gastvrijheid in menselijke handen. Lukas noemt de bewoners "buitengewoon menslievend" (Handelingen 28:2) en beschrijft hoe Publius Paulus drie dagen vriendelijk huisvestte. Christelijke gastvrijheid (Hebreeen 13:2) — waar vreemdelingen als engelen worden ontvangen — heeft in deze geschiedenis een levendig beeld. Wat de Maltezen uit natuurlijke goedheid deden, werd door God beloond met een geestelijke oogst.

Sleutelgebeurtenissen in Malta

1

Storm en veertien dagen zwalken op zee

Een hevige noordoostenwind grijpt het schip buiten Kreta en drijft het veertien dagen lang stuurloos over de Adriatische Zee. Zon noch sterren zijn zichtbaar, en alle hoop op redding verdwijnt.

Handelingen 27:14-20

2

Paulus bemoedigt de bemanning

Een engel van God staat bij Paulus en verzekert hem dat iedereen behouden zal blijven. Paulus deelt deze belofte met de bemanning en roept hen op moed te houden.

Handelingen 27:22-25

3

Schipbreuk op Malta

Het schip loopt vast op een zandbank bij een onbekende baai. De achtersteven breekt in stukken, maar alle tweehonderdzesenzeventig opvarenden bereiken zwemmend of op stukken hout behouden de kust.

Handelingen 27:39-44

4

Gastvrijheid van de bewoners

Op het strand ontdekken zij dat het eiland Melita heet. De bewoners tonen "buitengewone menslievendheid", steken een vuur aan en ontvangen de doorweekte, koude reizigers.

Handelingen 28:1-2

5

Paulus overleeft de slangenbeet

Terwijl Paulus takken op het vuur legt, bijt een adder zich vast in zijn hand. Hij schudt het dier in het vuur en ondervindt geen enkel letsel. De bewoners, die eerst dachten dat hij een moordenaar was, beginnen hem daarna voor een god te houden.

Handelingen 28:3-6

6

Genezing van Publius' vader

Publius, de voornaamste van het eiland, ontvangt Paulus drie dagen gastvrij. Paulus bezoekt zijn vader die ernstig ziek is van koorts en dysenterie, bidt, legt hem de handen op en geneest hem.

Handelingen 28:7-8

7

Vele zieken genezen

Na de genezing van Publius' vader komen ook de overige zieken van het eiland naar Paulus en worden genezen. Bij het vertrek overladen de bewoners hen met eerbewijzen en van alles wat nodig is.

Handelingen 28:9-10

Theologische betekenis

Malta laat zien dat geen enkele omweg in Gods plan verspild is. Paulus wilde naar Rome, maar moest eerst drie maanden op een klein eiland doorbrengen. Wat leek op een onheilsperiode — schipbreuk, onderkoeling, slangenbeet — werd door God gebruikt om op een plek waar waarschijnlijk nog geen christelijke zendeling was geweest de eerste zaden van het evangelie te zaaien. Het is een troost voor iedere gelovige wiens plannen door onvoorziene stormen worden doorkruist: God maakt van schipbreuk een zendingspost. Het verhaal bevestigt ook dat geestelijk gezag niet afhangt van uiterlijke status. Paulus was een gevangene in ketenen, maar functioneerde tijdens de ramp als de ware leider: hij bad, bemoedigde, verzekerde van Gods beloften en diende daarna de ziekte-getroffen bevolking. Hoofdman Julius, een Romeinse soldaat, kwam meer onder de indruk van deze gevangene dan van zijn eigen autoriteit. God geeft Zijn dienaren gezag, ook als de wereld hun titels en boeien anders inschat. Tenslotte is Malta een aangrijpend voorbeeld van hoe gewone menselijke goedheid door God wordt opgenomen in Zijn heilsplan. De "buitengewone menslievendheid" van de barbaren wordt in de Schrift uitdrukkelijk geprezen. Wie vreemdelingen gastvrij ontvangt, opent mogelijk zijn huis voor Gods boodschap. De kerk van alle eeuwen vindt in Malta een beeld van hoe een klein gebaar van barmhartigheid — een vuur bij slecht weer, drie dagen een dak boven het hoofd — de brug kan vormen waarover het evangelie loopt.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen je om de rol van Malta in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Malta

Waar ligt Malta in de Bijbel?

Malta, in de Bijbel Melita genoemd, is een klein eiland in de centrale Middellandse Zee, ongeveer tachtig kilometer ten zuiden van Sicilie. Handelingen 27-28 beschrijft hoe Paulus er na een zware zeestorm schipbreuk leed op weg naar Rome.

Waarom kwam Paulus op Malta terecht?

Paulus werd als gevangene naar Rome gebracht om voor de keizer te verschijnen. Tijdens de reis raakte het schip in een storm die veertien dagen duurde. Uiteindelijk liep het vast op een zandbank bij Malta, maar alle tweehonderdzesenzeventig opvarenden bereikten behouden de kust (Handelingen 27:14-44).

Wat betekent "Melita"?

Melita is de Griekse en Latijnse naam voor Malta. De herkomst is onzeker: sommigen verbinden de naam met een Fenicisch woord voor "toevlucht" of "veilige haven", anderen met het Griekse woord "meli" (honing), waarvoor het eiland beroemd was in de oudheid.

Wie waren de "barbaren" van Malta?

Lukas noemt de bewoners "barbaroi" (Handelingen 28:2), wat in die tijd simpelweg "niet-Griekssprekenden" betekende, zonder negatieve lading. De Maltezen spraken Punisch, een Fenicisch dialect. Lukas benadrukt juist dat zij "buitengewoon menslievend" waren.

Werd Paulus echt door een slang gebeten?

Ja, Handelingen 28:3 beschrijft hoe een adder zich vastbeet in zijn hand terwijl hij takken op het vuur legde. De bewoners verwachtten dat hij zou opzwellen en dood neervallen, maar Paulus schudde het dier in het vuur en ondervond geen enkel letsel. Dit veranderde hun mening radicaal.

Wie was Publius van Malta?

Publius wordt in Handelingen 28:7 "de voornaamste van het eiland" genoemd, waarschijnlijk de Romeinse gouverneur of de hoogste lokale magistraat. Hij ontving Paulus drie dagen gastvrij. Toen Paulus zijn zieke vader genas door gebed, volgde een bredere dienst van genezing aan het hele eiland.

Hoe lang bleef Paulus op Malta?

Paulus bleef drie maanden op Malta, totdat het vaarseizoen weer veilig genoeg was om door te reizen. Daarna voer hij met een Alexandrijns graanschip dat op het eiland had overwinterd verder naar Syracuse, Rhegium en Puteoli in Italie (Handelingen 28:11-13).

Is er vandaag nog een christelijk getuigenis van Paulus' verblijf op Malta?

Ja, de traditie wijst Sint-Paulusbaai in het noordoosten van Malta aan als de plaats van de schipbreuk. De Grotto van Sint-Paulus in Rabat wordt geeerd als verblijfplaats. Het eiland Malta heeft een sterke christelijke identiteit en vereert Paulus als grondlegger van het Maltese christendom.

Wat leert het verhaal van Malta ons over Gods voorzienigheid?

Het laat zien dat zelfs catastrofes in Gods plan kunnen dienen. Wat begon als een schipbreuk werd een kans om het evangelie naar een klein, afgelegen eiland te brengen dat anders misschien niet door een zendeling bezocht zou zijn. God gebruikte een storm om een deur te openen.

Zijn er andere slangenverhalen in de Bijbel die met dit verhaal resoneren?

Ja, in Lukas 10:19 geeft Jezus Zijn discipelen gezag "op slangen en schorpioenen te treden". Markus 16:18 noemt dat zij slangen zullen oppakken zonder schade. Paulus' ervaring op Malta is voor veel uitleggers een vervulling van deze beloften en een bevestiging van zijn apostelschap.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Malta

Leer meer over Malta met AI BijbelAssistent

Wil je dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Malta? Onze AI-assistent helpt je verder.

Verdiep u verder