Inleiding tot Spreuken 5
Spreuken hoofdstuk 5 is een van de meest directe en persoonlijke hoofdstukken in het boek Spreuken. Hier spreekt koning Salomo als vader tot zijn zoon over een van de grootste verleidingen die jonge mannen kunnen tegenkomen: de verleiding tot seksuele ontrouw. Het hoofdstuk combineert waarschuwingen tegen overspel met een prachtige beschrijving van de vreugde en zegen van een trouw huwelijk.
Waarschuwing tegen de Verleidelijke Vrouw (Spreuken 5:1-6)
Het hoofdstuk begint met een oproep tot aandacht: 'Mijn zoon, let op mijn wijsheid, luister goed naar mijn inzicht' (vers 1). Salomo waarschuwt zijn zoon voor de 'vreemde vrouw' - een term die in de Hebreeuwse cultuur verwees naar een overspelige vrouw of prostituee.
De beschrijving in verzen 3-4 is bijzonder treffend: 'Want de lippen van de vreemde vrouw druipen honing, haar mond is gladder dan olie. Maar haar einde is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.' Hier wordt de contrast benadrukt tussen de aanvankelijke aantrekkingskracht van de zonde en haar uiteindelijke vernietigende gevolgen.
De vrouw wordt beschreven als iemand die 'de weg des levens niet bewandelt' (vers 6). Dit geeft aan dat overspel niet slechts een morele misstap is, maar een weg die wegvoert van Gods bedoeling voor het leven.