Inleiding tot Psalm 78
Psalm 78 is een van de langste psalmen in het Bijbelboek en wordt beschouwd als een 'maskil' - een leerdicht van Asaf. Deze psalm vertelt op meesterlijke wijze de geschiedenis van Israël, van de uittocht uit Egypte tot de tijd van koning David. Het is een verhaal van Gods onuitputtelijke trouw tegenover de herhaalde ontrouw van Zijn volk.
De Structuur van de Psalm
De psalm begint met een oproep om aandachtig te luisteren naar wijsheid die van generatie op generatie moet worden doorgegeven (vers 1-8). Vervolgens ontvouwt zich een chronologisch overzicht van Israëls geschiedenis, waarbij steeds dezelfde cyclus terugkeert: Gods wonderen, Israëls vergeetachtigheid en ongehoorzaamheid, Gods gericht, en uiteindelijk Zijn genade.
Gods Wonderen in de Geschiedenis
De psalmist herinnert aan de geweldige daden van God tijdens de uittocht uit Egypte. Hij beschrijft de tien plagen (vers 43-51), de scheiding van de Rode Zee (vers 13), en Gods zorg in de woestijn door manna en water uit de rots (vers 15-16, 23-25). Deze gebeurtenissen tonen Gods almacht en Zijn liefde voor Zijn volk.
Bijzonder indrukwekkend is hoe de psalm Gods wonderen beschrijft als 'het brood der engelen' (vers 25), waarmee het manna wordt bedoeld. Dit benadrukt dat God Zijn volk voedde met hemelse kost.