Inleiding tot Psalm 68
Psalm 68 is een van de meest majestueuze en complexe psalmen in het hele Psalmenboek. Deze overwinningspsalm verheerlijkt God als de almachtige verlosser, beschermer en koning over alle volken. De psalm combineert verschillende thema's: Gods macht in de natuur, Zijn zorg voor de zwakken, Zijn historische daden voor Israël, en de universele roeping van alle naties om Hem te aanbidden.
In de Statenvertaling is het opschrift ("Een psalm, een lied van David, voor den opperzangmeester.") vers 1. Daardoor ligt elk versnummer op deze pagina één hoger dan in Engelse bijbels, die het opschrift niet meetellen.
God als Verlosser van de Onderdrukten (vers 2-7)
De psalm begint met de bekende woorden die ook gebruikt werden toen de ark des verbonds werd verplaatst: "God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden." Deze opening toont Gods macht over alle tegenstand. In de eerste verzen zien we God als de beschermer van weduwen, wezen en eenzamen - een centraal thema in de Bijbel dat Gods hart voor de kwetsbaren toont.
Vers 7 spreekt bijzonder tot de verbeelding: "Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien gevangen zijn". Dit vers heeft door de eeuwen heen troost geboden aan velen die zich alleen of opgesloten voelden, letterlijk of figuurlijk.
Gods Machtige Daden in de Geschiedenis (vers 8-19)
Het middengedeelte van de psalm beschrijft Gods krachtige optreden in de geschiedenis van Israël. De uittocht uit Egypte, de woestijnreis, en vooral de verschijning op de berg Sinaï komen aan bod. Vers 9 beschrijft hoe de aarde daverde toen God verscheen: "ook dropen de hemelen voor Gods aanschijn; zelfs deze Sinai" - een verwijzing naar de theofanie op Sinaï.