Inleiding tot Psalm 134
Psalm 134 vormt het prachtige slot van de vijftien bedevaartsliederen (Psalm 120-134). Deze korte psalm van slechts drie verzen is een juweel van lofprijzing dat de cyclus van pelgrimsliederen afrondt met een focus op aanbidding in Gods huis. De psalm heeft een liturgisch karakter en lijkt bedoeld voor gebruik tijdens de tempeldiensten, met name tijdens de nachtwaken.
Vers-voor-vers uitleg
Vers 1: "Zie, zegent de HEER, al gij knechten des HEREN"
De psalm opent met een oproep tot lofprijzing gericht aan de "knechten des HEREN." Dit verwijst naar de priesters, Levieten en tempelwachters die dag en nacht in het heiligdom dienden. Het woord "zie" (hinneh in het Hebreeuws) is een uitroep die aandacht vraagt - alsof de psalmist wil zeggen: "Let op, dit is belangrijk!"
Het zegenen van de HEER betekent hier het prijzen en verheerlijken van God. Het is opmerkelijk dat de psalm niet begint met Gods zegen over de mensen, maar met de mensen die God zegenen door Hem te prijzen.