Inleiding tot Psalm 135
Psalm 135 is een prachtige lofpsalm die begint en eindigt met 'Hallelujah' - loof de HEERE. Deze psalm vormt een krachtige oproep tot aanbidding en herinnert ons aan Gods grootheid, macht en trouw aan Zijn volk. De psalmist nodigt niet alleen individuen uit tot lofprijzing, maar richt zich tot de hele gemeenschap van gelovigen.
Oproep tot Lofprijzing (vers 1-4)
De psalm opent met een drievoudige oproep: 'Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!' Deze herhaling benadrukt het belang van actieve lofprijzing. De psalmist richt zich specifiek tot de dienaren van God - degenen die in het huis des HEEREN staan en dienen in de voorhoven van het huis van onze God.
De reden voor deze lofprijzing wordt gegeven in vers 3-4: omdat de HEERE goed is en omdat Hij Jakob voor Zich heeft verkoren, Israël tot Zijn eigendom. Dit toont aan dat lofprijzing niet alleen gebaseerd is op Gods algemene goedheid, maar ook op Zijn specifieke verkiezing en liefde voor Zijn volk.
Gods Soevereiniteit over de Schepping (vers 5-7)
In deze sectie proclameert de psalmist Gods absolute soevereiniteit: 'Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.' Deze uitspraak plaatst God boven alle andere machten en wezens die in die tijd als goden werden vereerd.
Vers 6 beschrijft Gods almacht in prachtige bewoordingen: 'Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op de aarde, in de zeeën en alle afgronden.' Dit vers benadrukt dat Gods wil de ultieme realiteit is in alle aspecten van de schepping - van de hoogste hemelen tot de diepste oceanen.