Psalm 102 is een van de zeven boetepsalmen en telt in de Statenvertaling 29 verzen. Het opschrift is daarbij vers 1: 'Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.' De psalm zelf begint dus bij vers 2: 'O HEERE! hoor mijn gebed, en laat mijn geroep tot U komen.'
De klacht loopt van vers 2 tot en met 12 en verbloemt niets: dagen die vergaan als rook en gebeenten die uitbranden als een haard (vers 4), een roerdomp in de woestijn en een eenzame mus op het dak (vers 7 en 8). In vers 13 slaat het om: 'Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.' Daarna gaat het over het herstel van Sion (vers 14 tot 23) en over wat vergaat tegenover Wie blijft (vers 24 tot 29). De tekst leest u in de Statenvertaling op Psalm 102, naast de zes andere boetepsalmen.
Let op de versnummering van Psalm 102. In de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling en andere Nederlandse vertalingen telt het opschrift mee als vers 1. Engelse bijbels doen dat niet, en daar staat de tekst dus telkens een nummer lager: wat hier vers 2 is, heet daar Psalm 102:1. Wie een verwijzing uit een Engelstalig commentaar overneemt, moet er dus een bij optellen. Wat de Herziene Statenvertaling verder onderscheidt, staat op de pagina over die vertaling.