Het Zondoffer: Gods Voorziening voor Menselijke Tekortkomingen
Leviticus hoofdstuk 4 opent een nieuw onderwerp in de offervoorschriften: het zondoffer (Hebreeuws: chattat). Dit hoofdstuk behandelt specifiek offers voor zonden die 'per ongeluk' of 'onbewust' worden begaan. Het Hebrew woord 'bishgaga' duidt op zonden die gebeuren door vergissing, onwetendheid of nalatigheid, niet op opzettelijke rebellie tegen God.
Vier Categorieën van Zondoffers
Het Zondoffer voor de Hogepriester (Leviticus 4:3-12)
Wanneer de gezalfde priester zondigt, heeft dit gevolgen voor heel het volk. Hij moet een jonge, gave stier offeren. Het bloed wordt gesprenkeld voor het voorhangsel van het heiligdom en op de hoorns van het reukofferaltaar. Het vet wordt op het brandofferaltaar verbrand, maar het vlees wordt buiten het kamp verbrand - een teken dat deze zonde het heiligdom heeft bezoedeld.
Het Zondoffer voor de Hele Gemeente (Leviticus 4:13-21)
Als de hele vergadering van Israël onbewust zondigt door het overtreden van Gods geboden, moeten de oudsten een jonge stier offeren. De procedure is identiek aan die voor de hogepriester, wat benadrukt dat collectieve zonden net zo ernstig zijn als die van geestelijke leiders.