Inleiding tot Joel 3
Joel hoofdstuk 3 vormt het hoogtepunt van de profetie van Joël. Na de oproep tot bekering en Gods belofte van de uitstorting van de Heilige Geest in hoofdstuk 2, richt dit hoofdstuk zich op Gods eindtijdoordeel over de volken en de uiteindelijke bevrijding van Zijn volk.
Het Oordeel in het Dal van Josafat (Joel 3:1-3)
God kondigt aan dat Hij alle volken zal vergaderen in het dal van Josafat om hen te oordelen. De naam 'Josafat' betekent 'de HEERE oordeelt', wat de aard van dit oordeel benadrukt. Dit oordeel geldt specifiek voor de manier waarop de volken Israël hebben behandeld - ze hebben Gods volk verspreid, het land verdeeld en mensen als slaven verkocht.
Deze verzen tonen Gods trouw aan Zijn verbond. Wie Israël zegent zal gezegend worden, maar wie hen vervloekt zal vervloekt worden (Genesis 12:3). Gods gerechtigheid eist dat Hij rekenschap vraagt van hen die Zijn volk hebben onderdrukt.
Specifieke Aanklacht tegen Tyrus, Sidon en Filistea (Joel 3:4-8)
God richt zich direct tot de steden Tyrus en Sidon (in het huidige Libanon) en de Filistijnse gebieden. Deze volken hadden Israëlieten als slaven verkocht aan de Grieken, ver van hun vaderland. Gods straf is rechtvaardig: hun eigen kinderen zullen als slaven verkocht worden aan de Sabeërs, een volk uit het verre zuiden.