Inleiding tot Jeremia 16
Jeremia hoofdstuk 16 behoort tot de meest persoonlijke en aangrijpende gedeelten van het boek Jeremia. God geeft de profeet drie verboden die zijn leven ingrijpend zullen veranderen: hij mag niet trouwen, niet rouwen, en niet feesten. Deze opdrachten zijn geen willekeurige restricties, maar krachtige profetische tekens die de ernst van het komende oordeel over Juda symboliseren.
Het Verbod om te Trouwen (vers 1-4)
God begint met een radicale opdracht: "Neem geen vrouw en krijg geen zonen of dochters op deze plaats" (vers 2). Dit verbod is geen algemene regel voor profeten, maar een specifiek teken voor Jeremia's tijd. De reden wordt direct gegeven: de kinderen die in dit land geboren worden, zullen sterven door ziekte en zwaard, zonder begraven te worden.
Deze opdracht moet enorm zwaar zijn geweest voor Jeremia. In de Israëlitische cultuur was het krijgen van nakomelingen niet alleen een natuurlijke wens, maar ook een religieuze plicht. Door alleen te blijven, wordt Jeremia zelf een levend symbool van de komende verwoesting.
Het Verbod om te Rouwen (vers 5-9)
God verbiedt Jeremia ook om rouwhuizen binnen te gaan of mee te rouwen. De reden is onthutsend: "Want Ik heb Mijn vrede weggenomen van dit volk" (vers 5). Wanneer God Zijn vrede wegneemt, houdt ook de menselijke troost op te bestaan.