Handelingen 7 is de verdediging van Stefanus voor de Raad, en met zestig verzen de langste toespraak in het boek. Hij begint bij Abraham, "de God der heerlijkheid verscheen onzen vader Abraham, nog zijnde in Mesopotamie" (vers 2), en werkt via Jozef en Mozes toe naar de tempel: "Maar de Allerhoogste woont niet in tempelen met handen gemaakt" (vers 48). Zijn slotwoord is een aanklacht: "gij wederstaat altijd den Heiligen Geest" (vers 51). Daarna wordt hij buiten de stad gestenigd en bidt hij: "Heere, reken hun deze zonde niet toe" (vers 60).
Handelingen 7 lezen: de tekst in de Statenvertaling en de HSV
Alle citaten in deze uitleg komen woordelijk uit de Statenvertaling; de volledige tekst leest u gratis via Handelingen 7 in de Bijbel. Die vertaling houdt de namen aan die in 1637 gangbaar waren: Mesopotamie, Charran, Sichem. In de Herziene Statenvertaling (HSV) staat dezelfde grondtekst in hedendaags Nederlands, met een spelling die dichter bij de huidige atlas ligt. Het hoofdstuk telt in beide zestig verzen, dus een verwijzing als Handelingen 7:55 wijst overal dezelfde regel aan. Let bij het lezen op een detail dat vragen oproept: Stefanus haalt het Oude Testament aan in de vorm waarin het in zijn tijd in het Grieks circuleerde, waardoor enkele getallen afwijken van wat u in Genesis leest.