Inleiding op Handelingen 6
Handelingen hoofdstuk 6 markeert een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de vroege kerk. Dit hoofdstuk toont ons hoe de eerste christelijke gemeenschap groeide en zich organiseerde, maar ook hoe zij te maken kreeg met interne spanningen en externe tegenstand. We zien hier de instelling van het diakenamt en de eerste stappen richting het martelaarschap van Stefanus.
De Verkiezing van de Zeven Diakenen (Handelingen 6:1-7)
De groeiende christelijke gemeenschap in Jeruzalem kreeg te maken met een praktisch probleem. Er ontstond een klacht van de Grieks-sprekende Joden tegen de Aramees-sprekende Joden omdat hun weduwen werden overgeslagen bij de dagelijkse voedselverdeling (vers 1). Dit conflict had culturele en linguïstische wortels - de 'Helleniesten' waren Joden die in de Griekse cultuur waren opgegroeid, terwijl de 'Hebreën' de lokale Aramees-sprekende Joden waren.
De apostelen toonden wijze leiding door dit probleem niet te negeren maar constructief op te lossen. Zij riepen de gemeente bijeen en stelden voor om zeven mannen te kiezen die 'vol van de Heilige Geest en wijsheid' waren (vers 3). Deze mannen zouden zich bezighouden met de praktische zaken, zodat de apostelen zich konden concentreren op 'het gebed en de bediening van het Woord' (vers 4).