Inleiding tot Habakuk 3
Habakuk 3 vormt de climax van het profetische boek en is een van de mooiste gebeden in de Bijbel. Na zijn dialoog met God in hoofdstuk 1 en 2, waarin Habakuk worstelt met Gods rechtvaardigheid, eindigt de profeet met een krachtig lied van vertrouwen en lof. Dit hoofdstuk toont de transformatie van twijfel naar geloof.
De Structuur van het Gebed (vers 1-2)
Het hoofdstuk begint met de aanduiding dat dit een 'gebed van Habakuk de profeet, op Sigjonoth' is. Sigjonoth verwijst waarschijnlijk naar een muzikale aanwijzing, wat suggereert dat dit gebed bedoeld was om gezongen te worden in de eredienst.
In vers 2 bidt Habakuk: 'HEERE, ik heb uw roep gehoord, ik ben bevreesd. HEERE, breng uw werk tot leven te midden van de jaren.' De profeet heeft Gods stem gehoord en reageert met eerbiedige vrees. Hij bidt dat God zijn machtige werken opnieuw zal tonen, zoals Hij dat in het verleden deed.
Gods Machtige Verschijning (vers 3-15)
Het hart van het hoofdstuk is een prachtige theofanie - een beschrijving van Gods verschijning. Habakuk gebruikt beelden uit de Exodus en andere reddingsdaden van God:
God komt vanuit het zuiden (vers 3-7)
God verschijnt vanuit Teman en de berg Paran, gebieden verbonden met de woestijnreis van Israël. Zijn heerlijkheid bedekt de hemel en de aarde is vol van zijn lof. Deze beelden roepen herinneringen op aan Gods aanwezigheid bij de Sinaï.