Inleiding tot Ezechiel 46
Ezechiel 46 vormt een onderdeel van de uitgebreide tempelvisioen van de profeet Ezechiel (hoofdstukken 40-48). Dit hoofdstuk bevat specifieke voorschriften voor de aanbidding in de toekomstige tempel en richt zich vooral op de rol van de vorst (prins) en de organisatie van de tempeldienst. Deze gedetailleerde instructies tonen Gods zorg voor ordelijke en heilige aanbidding.
De Oostpoort en Sabbatdiensten (vers 1-8)
Het hoofdstuk begint met voorschriften over de oostpoort van de binnenvoorhof. Deze poort blijft gedurende de werkdagen gesloten, maar wordt geopend op sabbatdagen en tijdens nieuwemanfeesten. De vorst heeft een bijzondere rol in deze diensten - hij bidt aan bij de drempel van de poort, terwijl de priesters zijn offers brengen.
De specifieke offers die genoemd worden (lammeren, rams, meeloffer) herinneren aan de offers uit de Mozaïsche wet, maar met enkele aangepaste hoeveelheden. Dit toont zowel continuïteit als vernieuwing in Gods heilsplan. De nadruk ligt op de sabbat als dag van bijzondere aanbidding en gemeenschap met God.