Inleiding tot Ezechiël 36
Ezechiël 36 behoort tot de meest hoopvolle hoofdstukken van het boek Ezechiël. Na vele hoofdstukken vol oordeel en waarschuwingen, opent God hier Zijn hart en toont Hij Zijn plan voor herstel en vernieuwing. Dit hoofdstuk bevat enkele van de mooiste beloften in de hele Bijbel over Gods genade en transformerende kracht.
Het Oordeel over de Heidenen (vers 1-7)
Het hoofdstuk begint met Gods woord tot de bergen van Israël. De profeet spreekt tot het land zelf, wat een poëtische manier is om te spreken over het volk. De omringende volken hadden zich verheugd over Israëls val en hadden het land geplunderd. Zij dachten dat Gods volk voorgoed verslagen was.
God verklaart echter dat Hij deze heidenen zal oordelen voor hun hoogmoed en hun behandeling van Zijn volk. In vers 6 spreekt de HEER: 'Daarom profeteer over het land Israël en zeg tot de bergen en heuvelen, tot de waterlopen en dalen: Zo spreekt de Heer HEER: Zie, Ik spreek in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid, omdat gij de smaad der heidenen hebt gedragen.'
Herstel van Israël (vers 8-15)
Vanaf vers 8 verandert de toon dramatisch. God belooft dat Israël zal terugkeren naar hun land. De bergen zullen weer groen worden, de steden zullen herbouwd worden, en het volk zal vermenigvuldigen. Deze profetie heeft zowel een historische vervulling gehad in de terugkeer uit de Babylonische ballingschap als een eschatologische betekenis voor de eindtijd.