Inleiding tot Ezechiel 37
Ezechiel hoofdstuk 37 bevat een van de meest bekende en krachtige visioenen in de gehele Bijbel: de vallei vol droge beenderen die tot leven komen. Dit hoofdstuk biedt diepe hoop en troost aan een volk in ballingschap en spreekt ook vandaag nog tot onze harten over Gods vermogen om nieuw leven te schenken waar alleen dood en hopeloosheid lijken te heersen.
De Visie van de Vallei met Droge Beenderen (vers 1-14)
Het Visioen Onthuld
Gods hand komt over Ezechiel en brengt hem in de Geest naar een vallei vol droge beenderen. Deze beenderen zijn zeer droog - een teken dat er al lange tijd geen leven meer in was. God vraagt Ezechiel de beroemde vraag: 'Mensenkind, kunnen deze beenderen weer levend worden?' (vers 3).
De Profetie tot de Beenderen
Op Gods bevel profeteert Ezechiel tot de droge beenderen. Er ontstaat een geruis en gerammel wanneer de beenderen bij elkaar komen. Pezen, vlees en huid bedekken hen, maar er is nog geen adem in hen. Pas wanneer Ezechiel profeteert tot de adem (Hebreeuw: 'ruach', wat ook 'geest' of 'wind' betekent), komen zij tot leven als een zeer groot leger.
De Betekenis van de Visie
God legt uit dat deze droge beenderen het hele huis Israël voorstellen (vers 11). Het volk zegt: 'Onze beenderen zijn verdord, onze hoop is verloren, wij zijn afgesneden.' Maar God belooft hen uit hun graven op te wekken en terug te brengen naar het land Israël.