De overwinning op koning Og van Basan (3:1-11)
Deuteronomium 3 opent met een indrukwekkend verhaal over Gods kracht en trouw. Israël staat tegenover Og, de koning van Basan, een reus van een man met een ijzeren bed van ruim vier meter lang. Toch beveelt God Mozes: 'Vrees hem niet' (vers 2). Deze woorden herinneren ons eraan dat Gods macht groter is dan welke menselijke kracht ook.
De overwinning op Og volgt na de eerdere overwinning op Sihon, koning van Hesbon. Beide overwinningen tonen aan dat God Zijn beloften waarmaakt. Het volk dat veertig jaar eerder bang was voor de reuzen in Kanaän, ervaart nu dat geen vijand te sterk is wanneer God aan hun zijde staat.
Og wordt beschreven als 'de laatste van de Refaieten', een volk van reuzen. Zijn ijzeren bed in Rabba wordt genoemd als bewijs van zijn enorme gestalte. Deze details onderstrepen dat Israëls overwinning niet door menselijke kracht kwam, maar door Gods ingrijpen.
De verdeling van het Transjordaanse gebied (3:12-17)
Na de overwinning verdeelt Mozes het veroverde land onder de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse. Deze verdeling toont Gods zorg voor praktische behoeften. Het land wordt zorgvuldig beschreven met grenzen en steden, wat de historische betrouwbaarheid van het verhaal onderstreept.