Inleiding tot Amos 7
Amos hoofdstuk 7 vormt een keerpunt in het boek Amos. Na zes hoofdstukken vol oordelen en waarschuwingen, laat God de profeet drie krachtige visioenen zien die Zijn plannen met Israël onthullen. Dit hoofdstuk toont zowel Gods barmhartigheid als Zijn onwrikbare gerechtigheid.
Het Eerste Visioen: De Sprinkhanen (vers 1-3)
God toont Amos een plaag van sprinkhanen die het land zullen kaalvreten. Deze sprinkhanen komen na de eerste oogst, die voor de koning was weggelegd. Het volk zou dus zonder voedsel komen te zitten. Amos reageert met vurig gebed: "Here HEERE, vergeef toch! Hoe zou Jakob bestaan? Hij is immers klein!" (vers 2). God luistert naar deze voorspraak en herroept het oordeel: "Het zal niet geschieden" (vers 3).
Dit toont de kracht van voorbiddend gebed en Gods bereidheid om Zijn oordeel uit te stellen wanneer er oprechte tussenkomst plaatsvindt.
Het Tweede Visioen: Het Verterend Vuur (vers 4-6)
In het tweede visioen roept God een verterend vuur op dat de grote waterdiepte en het land dreigt te verslinden. Wederom gaat Amos in de bres staan voor zijn volk: "Here HEERE, houd toch op! Hoe zou Jakob bestaan? Hij is immers klein!" Ook dit oordeel wordt door God herroepen na Amos' voorspraak.
Deze eerste twee visioenen benadrukken zowel de ernst van Israëls situatie als Gods geduld en bereidheid tot vergeving wanneer er oprechte tussenkomst is.