Inleiding tot Amos 4
Amos hoofdstuk 4 vormt een krachtige voortzetting van Gods oordeel over Israël. De profeet Amos richt zich tot verschillende groepen in de samenleving en toont aan hoe God herhaaldelijk heeft geprobeerd Zijn volk tot inkeer te brengen.
Oordeel over de Rijke Vrouwen (Amos 4:1-3)
Het hoofdstuk begint met een scherpe veroordeling van de rijke vrouwen in Samaria, die Amos 'koeien van Bashan' noemt. Bashan was bekend om zijn vette, welgevoede rundvee. Deze beeldspraak wijst op de weelderige levensstijl van deze vrouwen die hun mannen aanzetten tot onderdrukking van de armen.
Deze vrouwen 'verdrukken de geringen en verbrijzelen de behoeftigen' terwijl ze tegen hun mannen zeggen: 'Breng hier, dan zullen wij drinken!' Hun luxeleventje wordt gefinancierd door uitbuiting van de zwaksten in de samenleving.
God belooft dat zij weggerukt zullen worden 'met haken' - een verwijzing naar de Assyrische praktijk om gevangenen met haken door hun neuzen of lippen weg te voeren.
Valse Godsdienst in Bethel en Gilgal (Amos 4:4-5)
In deze verzen gebruikt Amos bijtende ironie. Hij spoort het volk ironisch aan om naar de heiligdommen in Bethel en Gilgal te gaan om te 'zondigen'. Deze plaatsen waren officiële cultuscentra geworden waar afgoderij en syncretisme heersten.