Inleiding tot 2 Kronieken 33
2 Kronieken hoofdstuk 33 vertelt het aangrijpende verhaal van koning Manasse van Juda, een man die van de goddeloosste koning van Juda transformeerde tot een berouwvolle dienaar van God. Dit hoofdstuk toont op krachtige wijze Gods onbegrensde genade en bereidheid tot vergeving, zelfs voor hen die het verst van Hem zijn afgedwaald.
Manasse's Goddeloze Begin (vers 1-9)
Manasse werd koning toen hij slechts twaalf jaar oud was en regeerde 55 jaar over Juda - de langste regeerperiode van alle koningen van Juda. Ondanks zijn vader Hizkia's godvruchtige voorbeeld, koos Manasse ervoor om alle afgoden die zijn vader had weggenomen weer terug te brengen.
Zijn zonden waren talrijk en ernstig:
- Hij bouwde weer altaren voor de Baäls
- Hij maakte Asera-beelden
- Hij aanbad het hele heir des hemels
- Hij bouwde zelfs altaren voor vreemde goden in de tempel van de HEER
- Hij offerde zijn kinderen in het vuur
- Hij bedreef toverij en waarzeggerij
- Hij plaatste een gesneden beeld in Gods huis
Deze lijst toont hoe volledig Manasse afgeweken was van Gods wegen. Hij deed letterlijk alles wat God had verboden en bracht het volk ertoe om erger te worden dan de heidenen die God voor hen had uitgeroeid.