Inleiding op 2 Kronieken 28
2 Kronieken 28 vertelt het droevige verhaal van koning Achaz van Juda, een van de meest goddeloze koningen uit de geschiedenis van het volk Gods. Dit hoofdstuk toont ons zowel de verwoestende gevolgen van ontrouw aan God als Zijn onverwachte genade te midden van oordeel.
Achaz' Goddeloze Regering (verzen 1-4)
Achaz werd koning op 20-jarige leeftijd en regeerde 16 jaar in Jeruzalem. In tegenstelling tot zijn voorvader David, deed hij wat kwaad was in de ogen van de HEERE. Het hoofdstuk beschrijft hoe hij:
- De wegen van de koningen van Israël volgde
- Gegoten beelden maakte voor de Baäls
- Rookoffers bracht in het Ben-Hinnomsdal
- Zijn eigen zonen door het vuur deed gaan, volgens de gruwelijke praktijken van de heidenen
Deze praktijken waren een directe overtreding van Gods geboden en toonden een complete afkeer van de God van Israël.
Gods Oordeel door Vijanden (verzen 5-15)
Vanwege Achaz' ontrouw leverde God Juda over in de handen van verschillende vijanden:
Aram en Israël
De koning van Aram versloeg Juda en voerde vele gevangenen weg naar Damascus. Ook Pekach, koning van Israël, richtte een grote slachting aan onder Juda op één dag - 120.000 dappere mannen stierven omdat zij de HEERE, de God van hun vaderen, hadden verlaten.